Ataraxía

Al ver voordat ik deze boot vond op de werf in Preveza had ik besloten wat haar naam moest worden: Ataraxía. Letterlijk betekent Ataraxía ‘vrijheid van verstoring’, iets vrijer vertaald betekent het onverstoorbaarheid, gelijkmoedigheid, of zielsrust. Binnen de filosofie van Epicurus (341-270 v.C.) is Ataraxía de sleutel tot een gelukkig leven, en is eenvoud (of eigenlijk: ‘genoeg’) de sleutel tot Ataraxía.Met andere woorden: wie een gelukkig leven wil leiden, doet er goed aan te streven naar genoeg.

Epicurus

Voordat ik een zeiler werd was ik docent filosofie. Epicurus is in het genre levensfilosofie altijd één van mijn favorieten geweest. Hij werd geboren op Samos in 341 v.C., in het rijk van Alexander de Grote. Toen die in 324 v. C. stierf, stortte de stabiliteit van zijn rijk ineen en braken er oorlogen uit onder Alexanders rivaliserende opvolgers. Geen wonder misschien dat veel denkers zich in die periode afvroegen hoe je, te midden van al die onrust, een goed en gelukkig leven kon leiden. Geen wonder ook, misschien, dat ze het antwoord vaak zochten in een manier van leven die zich afkeerde van macht, status en bezit. Epicurus kwam al jong in aanraking met filosofie en raakte geboeid door de ideeën van zijn tijdgenoten. Hij kreeg les van verschillende denkers, maar ontwikkelde gaandeweg zijn eigen leer. Hij vestigde zich in Athene, waar hij zijn eigen school stichtte, die bekend kwam te staan als ‘de tuin’.

Epicurus

 

Epicurus stelt dat een goed leven hetzelfde is als een gelukkig leven en dat we om dat te bereiken zoveel mogelijk genot (hedone) moeten nastreven. Hij werd (en wordt) daarom vaak neergezet als platte hedonist, die het bevredigen van de lusten centraal stelt en onmatigheid aanmoedigt: copieuze maaltijden, drankgebruik, seksuele losbandigheid… Maar Epicurus is in de geschriften die er van hem bewaard gebleven zijn heel duidelijk: juist matigheid is een belangrijke sleutel tot het ware geluk, en het leven in zijn tuin was eerder sober dan luxueus. Dat heeft te maken met zijn definitie van genot, dat we misschien beter kunnen vertalen als ‘welbehagen’.

Welbehagen, onbehagen en Ataraxía

Epicurus definieert welbehagen (hedone) als niets meer dan de afwezigheid van onbehagen (algedon). Omdat de mens niet alleen een lichaam is maar ook een ziel, maakt hij het onderscheid tussen fysiek en mentaal onbehagen. Ben je vrij van fysiek onbehagen (pónos) zoals pijn, honger en kou, dan is er aan je fysieke basisbehoeften voldaan en bereik je een staat van aponia. Ben je vrij van mentaal onbehagen zoals angst, verdriet en boosheid (tarache), dan bereik je een staat van ataraxía. Deze serene staat van zijn is volgens Epicurus tevens het hoogst haalbare, en kenmerkt in combinatie met aponia het goede leven. Het is een bescheiden, eenvoudige invulling van levensgeluk, die een bescheiden, eenvoudige manier van leven voorschrijft.

 

Zowel aponia als ataraxía draaien niet zozeer om het maximaliseren van genot of de bevrediging van lusten zoals in het platte hedonisme, maar om het minimaliseren van onbehagen. Lukt het je om je leven zo in te richten dat je vrij bent van onbehagen, dan ben je een gelukkig mens en heeft het weinig zin om te streven naar méér. Die neiging moet je dan ook proberen te onderdrukken: je kunt wel streven naar meer eten, of een groter huis, of een nieuwere keuken, of een comfortabeler hoekbank, of naar meer status en aanzien, maar als je al vrij was van onbehagen is het onmogelijk om door iets toe te voegen nog vrijer van onbehagen te worden. Bovendien riskeer je als je dat soort extra’s nastreeft juist dat je onbehagen creeërt, bijvoorbeeld in de vorm van overgewicht, geldzorgen of angst om wat je hebt weer te verliezen. “Laat wat je hebt niet verstoren door te verlangen naar wat je niet hebt; onthoud dat wat je hebt ooit was waar je van droomde”, stelt hij.

Genoeg

Epicurus’ leer is een filosofie van ‘genoeg’. Hij dringt erop aan dat
we ons niet moeten laten misleiden door de hebzucht, omdat we daardoor
ons eigen geluk uit het oog verliezen. “Voor wie ‘genoeg’ te weinig is,
is niets genoeg
”, stelt hij, en om mij heen kijkend in onze welvarende
consumptiemaatschappij denk ik wel te begrijpen wat hij daarmee bedoelt.
Maar het is niet makkelijk om je te onttrekken aan de gedachte dat je
moet streven naar iets dat je niet al hebt. Hoewel de grote lijnen van
Epicurus’ gedachtegoed eenvoudig zijn (‘simplistisch’, beweren kwade
tongen), is de praktijk weerbarstiger. Zowel tijdens zijn leven als na
zijn dood is er dan ook eindeloos gediscussieerd over de toepassing en
de implicaties van het Epicurisme. Gelukkig maar, want dat geeft mij
tijdens lange zeiltochten weer wat te lezen.

“Men is niet rijk door wat men bezit, maar door wat men met waardigheid ontberen kan.”

Toen ik op zoek ging naar een eigen boot om op te wonen, wist ik dat het een bescheiden bootje moest worden, passend binnen mijn bescheiden budget. Maar financiële noodzaak was niet de enige reden om te kiezen voor een klein formaat en een simpel model. Het is makkelijk om om je heen te kijken en je te vergapen aan de blinkende 40-voeters van andere zeilers. En natuurlijk: een warme douche aan boord is fijn, een ruime kajuit is comfortabel en een extra hut is handig voor logé’s. Maar een grotere boot is ook duurder, zowel in aanschaf als in onderhoud, om van het liggeld niet te spreken. Een groter zeil is lastiger te hanteren, zeker alleen. En iedere zeiler weet dat alles aan boord op termijn kapot gaat.
Dus koos ik mijn boot in Epicurus’ stijl: wat heb ik nodig om me te bevrijden van ongemakken als kou, angst en zorgen? Het antwoord was eenvoudig: een dek boven mijn hoofd tegen de kou, een stevige romp en een goed anker tegen de angst, en voldoende financiële buffer tegen de zorgen. Ziedaar, Ataraxía.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang nieuwe flessenpost in je mailbox