Een vettige beige deken hangt over de baai van Poros als ik op paaszondag mijn hoofd uit het kajuitluik steek. Ik heb uitgeslapen; gisterennacht heeft Trixie me de hele nacht op gehouden omdat er te veel wind stond, en daarna juist weer te weinig. De windstilte die ons naar Poros bracht is blijven hangen, en daarom staat de baai nu blauw van de rook.
Pasen in Poros. Net als in de rest van Griekenland heeft elke familie de laatste dagen de muren opnieuw gewit, het meubilair geschilderd en de supermarkt leeggekocht om nu met alle verre verwanten en zelfgekozen familieleden aan de paasdis plaats te nemen. Daar hoort traditioneel gebraden lam aan het spit bij, langzaam gegaard boven een zorgvuldig aangelegd houtskoolvuur.
Samen met Waldemar ga ik op verkenning in het dorp. We wandelen door de pas gewitte steegjes omhoog, van het ene lamsbraad naar het andere. Op elke tweede straathoek zit een andere Griekse familie aan een rijkgedekte tafel, luidkeels de familieperikelen te bespreken, de stand van zaken in de lokale politiek of de laatste aflevering van een of andere reality-show: daarvoor is mijn Grieks helaas nog steeds niet goed genoeg.
Vrolijk Paasfeest
Als we even stil blijven staan bij een huis waar de hele familie in een lange slinger door de achtertuin danst, worden we spontaan uitgenodigd om aan te haken. Ik probeer de uitnodiging uit beleefdheid nog vriendelijk af te slaan, maar Waldemar heeft zich al in het feestgedruis gemengd, dus even later kijk ik struikelend over mijn eigen voeten de danspasjes af van onze Griekse gastvrouw. Om me heen wordt gesmeten met servies en servetten, om de feestvreugde verder te vergroten.
We worden volgestopt met lamsvlees, tzatziki en zelfgebakken brood, volgegoten met lokale wijn en bier, en nemen deel aan de eiertikcompetitie. Daarna is het tijd voor een tweede ronde dansen, met een solo-optreden van de pater familias die diep in de tachtig is, maar ondanks de jaren zijn danspasjes nog prima in de voeten heeft.
Wachtklussen
De dagen daarop is het wachten op wind, maar er is in Poros gelukkig genoeg te doen. Ik help Waldemar met het installeren van een nieuw en werkend ankerlicht, ga op bootbezoek bij de dochter en schoonzoon van mijn Zweedse vrienden uit Nidri, spendeer als een kind in een snoepwinkel veel te veel tijd in de lokale scheepsbenodigdhedenwinkel, breng mijn was naar de wasserette en vul mijn dieseltank bij.
Ten onrechte denk ik daarbij ook wel zónder zwemtrapje aan boord te kunnen klauteren met een volle 20 L jerrycan in één hand. Een hekgolf van een passerende veerpont bewijst mijn ongelijk: ik verlies mijn wankele evenwicht, en in een poging aan boord te blijven grijp ik naar mijn nieuwe VHF-antenne op de hekstoel, die daar niet van gediend is en afbreekt bij de antennevoet. Ik beland tot mijn heupen in het water, met één hand aan de windvaansturing die gelukkig wél sterk genoeg is, en één hand aan de jerrycan, die gelukkig drijft.
Terwijl de wind aantrekt en een bevriende zeiler me filmpjes stuurt van práchtig zeilweer en acrobatische dolfijnen op weg naar Kythnos, sta ik dus weer bij de botenzaak om een nieuwe VHF-antenne te kopen. Helaas: ze hebben niets in voorraad, maar als ik nu bestel, is het er volgende week. Ik bedenk me dat ik aan boord ook nog wel een noodantenne heb, en bovendien een AIS-antenne in de mast waar mijn marifoon in geval van nood op kan aansluiten. Ik besluit de volgende dag te vertrekken en zet de wekker alvast vroeg.
Naar de Cycladen
Ik word vóór de wekker wakker door een donderklap. Er zat wat onweer in de weersberichten, maar ik had gehoopt dat het mee zou vallen. Nu hangt er een donkergrijze massa boven de bergen achter Poros en slaat de twijfel toe. Ik besluit de boot vaarklaar te maken en dan de situatie en de radar nog eens te bekijken. Niet heel veel later vaar ik op de motor Poros uit. Het onweer hangt vooral boven land, en als ik nu niet ga volgen er weer een paar dagen met windstilte. Dat kan mijn ongeduldig hart niet aan, dus ik vaar uit op hoop van zegen.
Waar er gisteren wind was op weg naar Kythnos, blijft het nu koppig windstil. Omdat er geen ankerplaats is op de route, leg ik me erbij neer dat ik het hele eind zal moeten motoren, tenzij de voorspelde wind toch nog opsteekt. Het is dus maar goed dat ik die diesel heb getankt… Al had ik zónder die diesel een dag eerder kunnen vertrekken omdat ik dan de antenne niet had gesloopt, en had ik ‘t dan dus ook niet nodig gehad! Terwijl de motor ons rustig naar het oosten pruttelt, doe ik een poging tot reparatie van de VHF. Ik schil de antenne tot op de kern, boor de voet uit en soldeer de kern zo goed en kwaad als dat gaat weer vast. Met epoxyhars en een spalkje geef ik de constructie stevigheid, en zowaar schalt even later -zij het ietwat krakerig- Olympia Radio uit de marifoon.
Kythnos
De zon is een heel eind op weg richting horizon als ik de baai van Apokrousi op Kythnos binnenvaar. Één andere boot ligt er voor anker: een knap en degelijk Zweeds ontwerp, met Zweedse vlag en bijpassende Zweedse schipper. Jonas ontmoette ik eerder al in Pylos, tijdens de havenbarbecues en een inkooptrip naar Kalamata. Hij is net zo bezeten van boten als ik, al ligt mijn focus bij Nederlands staal en de zijne bij Zweeds plastic. Dat geeft niks: zo leer je nog eens wat. Zodra mijn anker ligt neem ik zijn uitnodiging voor het avondeten dankbaar aan.
De volgende dag is het nog steeds windstil, dus maak ik wandelingen naar een warmwaterbron en naar Chora, het dorp een uurtje heuvelopwaarts. Het landschap waar ik doorheen loop lijkt me geschilderd door Monet. Een glooiende deken van klaprozen, vermengd met geel, wit en lila tegen een achtergrond van vaalgroen. De terrassen tegen de heuvels moeten puur en alleen zijn aangelegd om schoonheid te verbouwen, door een landschapsarchitect met oog voor detail. Of zou het hier om honing draaien? Een grote groep bijeneters -beslist ook geschilderd door de hand van een of andere grootmeester- doet zich te goed aan de nietsvermoedende bijen die op de overdaad aan bloesem afkomen, maar bijenkasten kan ik niet ontwaren.
Na de wandeling ben ik toe aan een verfrissende duik. En als ik toch aan het zwemmen ben, kan ik ook even kijken hoe
het met het onderwaterschip staat. Lachend door mijn snorkel zwem ik een rondje om de boot: Trixie blijkt rondom een gifgroene baard te hebben van algen, die zwierig meebewegen in de deining. Ze heeft dat: “al die willen te kaap’ren varen” duidelijk serieus genomen. Ik pak mijn krabber erbij en boen met grote halen de boot een beetje schoon. Dat zal wel wat in snelheid schelen!
Volksfeest in Chora
Ik heb ergens gelezen dat er dit weekend een volksdansfestival is in Chora, met lokale dansgroepen en live muziek. Als de avond valt en Jonas zijn werkdag erop heeft zitten laat hij zich makkelijk meeslepen de berg op, om een kijkje te gaan nemen. We dwalen door de witte straatjes in de richting van de muziek en sluiten ons even later aan bij het publiek, dat uitsluitend uit Grieken bestaat. Een grote kring met dansers, uitgedost in traditionele kostuums, voert een aantal traditionele dansen op. Vol Pathos zingt de zanger een lied over de schoonheid van het leven, of over de roep van de vrijheid, of over de kwellingen van de liefde, daarvoor is mijn Grieks helaas nog steeds niet goed genoeg.
Na afloop schuiven we aan bij een taverne in de schaduw van een grote ficus, en kletsen elkaar de oren van het hoofd over boten en alles wat daar zijdelings mee te maken heeft. In het aardedonker is het even zoeken naar de weg terug naar de juiste baai, maar als in de diepte twee ankerlichtjes opduiken is de richting gelukkig gauw gevonden.
Meltemi op komst
In het weerbericht voor de komende week wordt een stevige Meltemi aangekondigd. De Griekse weerstations kondigen windkracht 7 aan, lokaal tussen de eilanden windkracht 9, met vlagen windkracht 11. Ik bekijk mijn opties: Syros lijkt redelijk beschut achter Tinos en Andros, maar ligt nog wel in het gebied met de meeste wind. Na Syros volgt een stuk op open zee, en als het inderdaad de hele week zo hard waait zit doorvaren er niet in. Die gedachte benauwt me. Mijn andere optie is in één ruk doorvaren naar Ikaria. Daar is de wind minder sterk, en bovendien is het dan nog maar een kleine dag varen naar Samos. Het weerbericht voor de komende twee dagen geeft de doorslag: stabiele wind uit het noordwesten, precies goed om een eind ononderbroken naar het oosten te varen.
Na de koffie en een tweede poetsbeurt van Trixie’s onderwaterschip hijs ik de volgende ochtend dus de zeilen. We moeten motoren om Kythnos heen, maar daarna gaat het mooi, al houdt de wind niet over. Tegen de avond lopen we bij de noordkant van Mykonos tegen een windstilte aan. Die kan duren tot de ochtenduren en ik heb mijn buik wel vol van motoren. Dus zoek ik een baai op om te ankeren aan Mykonos’ noordkust. Terwijl de motor ons door de nacht voortduwt lichten in de glazen zee duizenden kleine sliertjes zeevonk op. Ik blijf er gebiologeerd naar kijken: ik ken zeevonk als wolkjes melk, als zwemmende vuurvliegjes en als lichtgevende glitter, maar als sliertjes heb ik het niet eerder gezien.
Om half drie laat ik het anker zakken voor een onzichtbaar zandstrand. Als het een paar uur later licht begint te worden motor ik de baai weer uit en tegen de tijd dat ik de open zee op draai komt de wind ons volgens afspraak halen. De hele dag vaar ik halve wind over een kalme zee in een rechte lijn naar mijn bestemming. De poetsbeurt van het onderwaterschip heeft duidelijk geholpen en de condities worden met het uur beter: meer wind, maar minder deining omdat we achter Lesbos varen.
Lofzang op levensgeluk
Urenlang lig ik op mijn rug in de schaduw van de buiskap te kijken naar de bolling van de zeilen, een volmaakt lijnenspel waar ongetwijfeld Fibonacci achter zit. Zachtjes maar stellig vaart Trixie zichzelf naar het oosten, terwijl ze me heen en weer wiegt als een pasgeborene. De zon dekt me liefdevol toe met haar warmte, de wind streelt me zachtjes over mijn wang en als ik heel stil blijf liggen kan ik met mijn ogen dicht dit wonderbaarlijke leven als zeevonk door mijn aderen voelen stromen. Mijn lijf, dat toch ook voornamelijk uit water bestaat, neemt de deining van de golven over en ik zou zo in oneindigheid door willen varen.Tranen wellen op tot vlak onder mijn oogleden, omdat zoveel geluk niet te bevatten is, omdat zoveel geluk niet in een lichaam past, omdat zoveel geluk niet voor normale mensen is weggelegd. Ik probeer niet te bewegen, nergens aan te denken, om zo lang mogelijk in levensverliefdheid rond te zweven.
Hoe aanvaard je zo’n groot geschenk van aangewaaid geluk? Hoe toon je dankbaarheid als de Gulle Gever zich niet laat zien? En is het wel verstandig om je zo schaamteloos te wentelen in levensverliefdheid? Vlieg ik in al mijn vrijheid en vertrouwen niet te dicht bij de zon?
Ikaros
Ik denk aan Ikaros. Zijn vader Daidalos, een geniaal uitvinder en kunstenaar, zinde op een ontsnappingsplan om aan Minos te
ontkomen, die hen gevangenhield op Kreta. Van hout en vogelveren, vastgeplakt met bijenwas, bouwde hij vleugels voor zichzelf en zijn zoon, om zo via het luchtruim te ontsnappen. Toen de klus geklaard was vlogen ze samen uit. Ikaros, jong als hij was, verloor zich al gauw in zijn vrijheidsroes en vergat naar zijn vader te luisteren. “Niet te hoog, jongen, niet te dicht bij de zon!” Maar Ikaros vloog hoger en hoger, ongetwijfeld met zeevonk door zijn aderen, tintelend van geluk en vol levensverliefdheid, totdat de was begon te smelten en hij in zee stortte. Vrij, dat zeker, maar wat koop je daarvoor…
Daidalos speurde de zee af en vond het lichaam van zijn zoon uiteindelijk drijvend in de Egeïsche zee. Op het dichtstbijzijnde eiland begroef hij zijn te jong gestorven zoon, die aan Hybris (hoogmoed) ten onder ging. Daarom heet dat eiland nog altijd Ikaria, en de zee tussen Ikaria en Samos de Ikarische zee….
Veilige haven
Aan het einde van de schitterendste dag passeren we de vuurtoren die de zuidelijkste punt van Ikaria markeert. De wind zwelt aan en blaast ons met 6 knopen de Ikarische zee op. Niet veel later varen we achter de hoge rotsen van het eiland en is het opeens windstil. De motor gaat aan en net voordat het donker wordt varen we, begeleid door een groep dolfijnen aan weerszijden van de boeg, de haven van Agios Kirykos binnen. Een innemende havenmeester neemt glimlachend mijn lijnen aan en stopt ons diep weg in het verste hoekje van de haven. Ik ben dus niet in zee gestort, laat nu die wind maar komen!

Wonderful. You’re such a good writer.
Lovely post again!
About Ikaros and flying high….
reminds me of the phrase..
”Cage birds dream of flying…
free birds fly”
some of us don’t see our own cages and dream to be free enough to sail!
And once the bird escapes the cage, there is no going back… but I don’t have to explain that to you 😊
Mooi geschreven je gevoelens.
Top, vind het mooi om elke keer te lezen, je doet wat anderen dromen !!
Bedankt voor weer een stukje Griekenland en een stuk je jij. 💙
Jij bedankt voor het lezen en je lieve berichtje!
Mooi weer Anne. Je verhalen zijn altijd inspirerend. Ik zie dat jij ook een anker rolletje naast je marifoon antenne hebt. Ik ben zelf net in Fiji aangekomen en gebruik dat rolletje om te ankeren, aangezien ik geen ankerlier heb. Groetjes en tot de volgende, Jacqueline
Ha Jacqueline! Over inspirerende verhalen gesproken… hou jouw reis ook in de gaten! Mijn ankerroller gebruik ik alleen voor t hekanker, en dat gebruik ik zelden. De elektrische lier voorop en een knots van een CQR- anker kreeg ik bij de aankoop, en werken uitstekend!
Jij zeilt ook zonder rolfok, net als ik. Respect daarvoor, ik werk nog steeds aan een goede routine!
Geweldig om zo te kunnen genieten van het leven en volg je zeilverhalen met plezier. Klopt het dat je een yachtcharter hebt? Dan mag je me info toesturen, ik zou wellicht wel mee willen met een groep van 3 tot 6 personen. Mvg andre
Prachtig geschreven, super leuk om te lezen!