De kunst van het vertragen

Paloi

Wanneer de dagen korter worden en de nachten kouder, wordt het voor de kolonie zeilers in Griekenland tijd om een plekje te zoeken voor de winter. Sommigen zetten hun boot op de kant en vertrekken in de wintermaanden naar oorden waar de dagen nóg korter en de nachten nóg kouder zijn. Omdat de logica mij daarvan ontgaat, blijf ik samen met gelijkgestemden achter in het zuiden van Griekenland, waar het toeristisch seizoen langzaam uitdooft. Tavernes gaan van ‘altijd open’ naar ‘open als we daar zin in hebben’, charterboten verzamelen zich als witte schimmel op de werven, parkeerplaatsen komen vol te staan met rijen identieke huurauto’s. De veerpont vaart slechts sporadisch, en vliegen naar de eilanden kan alleen nog met een papieren vliegtuigje vanuit Athene. Het is alsof Griekenland haar zomerveren afschudt en zich hult in haar winterkleed. Een indrukwekkende gedaantewisseling, waarbij alles hetzelfde blijft en toch alles verandert.

De haven van Paloi

Ik heb mijn toevlucht gezocht op een klein vulkanisch eiland ergens tussen Kos en Rhodos in. Hoewel, toevlucht… het is windstil en zonnig: prachtig najaarsweer, alleen niet om te zeilen. Dus richt ik me op het schilderwerk, want met een stalen boot is het varen met de kwast in de hand. Het is gezellig in de haven, want Nicola en Jan zijn er ook, en in de plaatselijke taverna verzamelt zich dagelijks een groepje zeilers met wisselende samenstelling. Na een paar dagen voegt ook Jonas zich bij ons. Zo is ‘team Zeezot’ weer compleet, deze keer onder iets ontspannener omstandigheden. Jan heeft bij de vissers in de haven verse vis geregeld, en ik heb tijdens een wandeling wilde zeevenkel geplukt. Prima reden voor een barbecue op de kade in de vroege winterzon.

Eerste indruk

 

Pas na een paar dagen kijk ik op van mijn schilderwerk en realiseer me dat ik niets van dit eiland weet. Des te verpletterender is mijn eerste indruk als we met een groepje zeilers naar Nikia rijden, een dorpje aan de zuidkant. Een lange slingerweg tussen stokoude terrassen en jonge geitjes schotelt ons de meest fantastische vergezichten voor over Turkije, Tilos, Symi en Rhodos. Aan het einde van de weg ligt, stovend in het avondlicht, een klein dorp op de rand van de vulkaan. Op de top staat een wit-met-blauw kerkje zó triomfantelijk Grieks te wezen dat ik me voorstel dat de kustwacht van Turkije regelmatig knarsetandend met een verrekijker omhoog tuurt. Het late zonlicht kleurt de gekalkte muren zacht oranje. 

 

Als we even later op het randje van de krater staan, zet de zonsondergang de eilanden totaan Kreta juist in een koperen gloed. Alle denkbare tinten roze, rood, oranje en paars komen voorbij, terwijl aan onze voeten in de diepte de dampende vulkaankrater zich uitstrekt. Met open mond sta ik hoofdschuddend om me heen te kijken: deze orde van schoonheid past eenvoudigweg niet in mijn hoofd. Ik ben gelukkig niet de enige die stilvalt en in ongelovig gegrinnik vervalt.

Uitzicht over Nikia
Dorpscultuur

Het is een piepklein dorpje waar we liggen, maar van alle gemakken voorzien. Water en elektra op de kade, een bakker, een minimarkt en een slijterij. Verse vis als de visvloot terugkomt, twee wasserettes, warme douches op aanvraag en (ook op aanvraag) een auto voor het kajuitluik. De eerste keer dat ik mijn was bij de wasserette inlever, beloof ik die de volgende dag op te komen halen, zonder verder woorden vuil te maken aan wie ik ben of waar ik woon. Maar de volgende dag zit ik net aan de koffie als er een dame op een scooter met een grote tas vol schone was langskomt. ‘Ataraxia’, staat erop geschreven. “Miss, your laundry!”, zegt ze met een stralende glimlach.

Paloi

Omgekeerd weet ik ook wie zij is: Popi, die met haar familie niet alleen de wasserette runt, maar onder meer ook de autoverhuur en de benzinepomp even verderop. Ze vertelt me dat er morgen in Emporio een panagiri is. Dus mocht ik toevallig nog een auto willen huren… De volgende dag sta ik dus in het kantoor, mijn rijbewijs in de aanslag en mijn creditcard paraat voor de borg. Mijn telefoon heb ik bij me om eventuele schades op het voertuig te fotograferen. Dat blijkt te Nederlands geredeneerd. “Hier is de sleutel, de auto staat daar, veel plezier en doe het geld maar in de brievenbus”. Tsja, waarom ook papierwerk invullen als je elkaar als eens eerder hebt gezien?

Panagiri

Als de laatste toerist vertrokken is en de werktijden van de bevolking gereduceerd tot het hoogstnoodzakelijke, rij ik aan het einde van de middag met Jonas naar Emporio. Het dorp is als een arendsnest op de noordkant van de kraterrand gebouwd, al ziet het eruit alsof het daar door de eeuwen heen uit zichzelf is gegroeid. Een serie aardbevingen heeft haar sporen nagelaten, maar het dorpshart is intact. De stenen huizen leunen tegen elkaar aan, de bogen tussen de muren als armen over elkaars schouders. Als een gestolde sirtaki van vulkaansteen, waar de dansers elkaar al die tijd overeind hebben gehouden.

Het is de dag van de aartsengel Michaël, en daarom is er een panagiri bij de 13e-eeuwse Michaëlskerk. Het hele eiland is samengekomen in de smalle straten van dit minuscule dorp, en op het dorpsplein van postzegelformaat komt het hele repertoire aan Griekse volksdansen voorbij. Een bouzouki, een viool en tientallen zingende kelen jagen de dansende massa aan. Iedereen die redelijkerwijs kan staan haakt in, al worden dat er steeds minder naarmate de avond vordert en de Ouzo vloeit. Ook wij worden meegetrokken in het feestgedruis. Ik probeer de passen af te kijken van de besnorde Griek wiens arm op mijn schouders rust, maar geef het al snel op. Zo’n dans is net als de zee: je moet die golven niet proberen te tellen, je moet blijven ademen en meedeinen. Ze vangen je vanzelf wel op.

Taverne Απυριά

De innerlijke mens wordt tijdens dit volksfeest verzorgd door de plaatselijke taverne. Ik raak aan de praat met de eigenaar, die vertelt dat hij minstens 360 dagen per jaar geopend is. Een tijdlang heeft hij in Athene gewoond, maar toen hij wat ouder werd realiseerde hij zich dat het goede leven draait om eenvoud. Dus opende hij met zijn broer en zus een kleine taverne, groot genoeg om het hele dorp te bedienen. Dat was niet onredelijk ambitieus: het dorp telt -de poezen niet meegeteld- zo’n vijftien zielen. Γιαγιά heeft een vaste stoel bij de ingang en verwelkomt de gasten, en ook de priester van de kerk ernaast heeft er een vaste tafel. De groente komt uit eigen tuin, de vis uit Paloi. Het buitenterras is verwarmd, omdat de geothermische warmte van de vulkaan nu eenmaal vanzelf naar buiten komt. Even verderop vind je tussen de rotsen een natuurlijke sauna. Op drukke dagen als vandaag wordt het terras uitgebreid naar de ruïne van het huis ernaast. In Amsterdam zou deze plek de hipste tent van de stad zijn. Hier is en blijft het een eenvoudig bijeengeraapt zootje, volstrekt zonder pretenties, maar juist daarom bomvol karakter.

De avond eindigt als de volle maan boven de vulkaan uitklimt. We wandelen een stukje naar de oude kerk op de heuvel, met uitzicht op een door de maan verlichte zee. De klanken van de bouzouki en een steeds sneller spelende viool stijgen op uit het dorp. “Hoppaaa!”, schalt een stem vanaf het plein. De maan kijkt geduldig op ons neer. Ik kan alleen nog ongelovig grinniken.

Integreren

Voor serieuze boodschappen kan het uit om naar Mandraki te lopen, de hoofdplaats van het eiland op ongeveer 40 minuten lopen. Een mooie vlakke kustweg, uitstekend voor een middagwandeling. Maar het is een uitdaging om ‘m af te maken, met name op de terugweg. Zwaarbeladen met boodschappen in opgedrongen plastic tasjes, is de kans vrij groot dat je dat niet haalt. Vaker wel dan niet stopt er dan namelijk een auto, waar een vriendelijke Griek uit het raampje leunt: ‘meerijden? Paloi, toch?’.

Zo duurt het niet lang voordat ik de weinige mensen die er nog op het eiland zijn op straat begin te herkennen. De eigenaar van de taverne, de oude visser, de voormalig kapitein die nu de slijter is. Andersom ben ik al snel ‘het meisje van de groene boot’, en hoewel ik bij mezelf stug volhoud dat ík een vrouw ben en mijn boot blauw, laat ik het erbij. Dat de Grieken mijn bestaan erkennen is op zichzelf al hartverwarmend.

In de vulkaan

Ik krijg bezoek van Guus en Dana, die de 14 uur durende oversteek met de veerpont vanuit Piraeus afleggen. Samen rijden we naar de bodem van de vulkaankrater. Op het eerste gezicht is het landschap een dorre stinkput, maar als je beter kijkt blijkt er een hoop te zien. Grijze veelkleurige dampen borrelen uit de aarde omhoog, en laten felgele zwavelkristallen achter op hun weg naar buiten. Waar het water in de modderpoelen is opgedroogd, vind je perfect rechthoekige zoutkristallen die eruit zien alsof ze vers uit de 3d-printer komen. De aarde borrelt zachtjes en tevreden. We nemen de tijd om goed te kijken, want voor wie de kunst van het vertragen kent is er veel moois te ontdekken

Op de vulkaan

Na het diepste punt van de vulkaan kan het natuurlijk niet anders dan dat ook de hoogste top bedwongen wordt. Het weer is inmiddels omgeslagen van te weinig wind naar te veel om te zeilen, maar een goed windjack doet gelukkig wonderen tijdens de wandeling naar de top. Ook Jonas is gelukkig weersbestendig, dus stouwen we onze rugzakken vol met proviand en lopen samen naar de rand van de krater. Aan de overkant zien we Nikia liggen, in de diepte borrelt de vulkaan. Het geluid wordt overstemd door het geloei van de wind, die vanuit het zuiden tegen de helling omhoog waait.

Vulkaansteen (Foto: Jonas)

Terwijl we langzaamaan steeds hoger klimmen, vergapen we ons aan de wereld: stollingsgesteente in de vorm van een honingraat, nevelig uitzicht over de terrassen, een donkerblauwe zee met witte schuimkoppen en een duidelijke luwte achter het eiland. Op de top van de berg staat een kleine kapel, waar we even schuilen voor de voortrazende wind. Een ouzo drinken bij het topkruis blijkt een hele opgave: mijn poging tot inschenken lijkt meer op wegwaaien. Geeft niks: een plengoffer aan de weergoden is hier ook wel op z’n plek.

Rustig aan

De meteorologische winter mag dan nog maar pas zijn aangebroken, de eerste tekenen van een naderend voorjaar zijn onmiskenbaar aanwezig. De donkergrijze aarde perst frisgroene stengels naar buiten, dorre struiken blijken als je beter kijkt grootse plannen te hebben. Vorige week heeft het geregend, en het lijkt dat de natuur daarop gewacht heeft. Normaal gezegd verwelkom ik de lente met open armen, juich ik haar toe, kan ze me niet snel genoeg tevoorschijn komen. Dit jaar fluister ik haar stiekem toe wat ik talloze Grieken tegen mij heb horen zeggen: ‘siga siga!’: ‘rustig aan!’

(Foto: Jonas)

Met ingehouden adem laat ik de dagen voorbijglijden, zonder ze te tellen, meedeinend met de tijd. Ik probeer de kunst af te kijken van de Grieken om me heen, die de winter aangrijpen om te vertragen tussen de drukke seizoenen in. Leven met aandacht, zonder te haasten, zonder de wereld naar je hand te willen zetten. Kwistig zijn met tijd, omdat je er voldoende van hebt. Op de dagen dat dat lukt voel ik het geluk als nectar door mijn aderen vloeien. Dan zou ik willen dat de voorbijsnellende tijd stil bleef staan, of achteruit bewoog, of desnoods zijwaarts, voor een tijdje.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang nieuwe flessenpost in je mailbox

15 thoughts on “De kunst van het vertragen”

  1. Hallo Anne, dank dat je weer een mooi verhaal, mooie foto’s/ filmpje en je belevenissen met ons gedeeld hebt.
    Heerlijk om te lezen en fijn dat je zo geniet van de winter op de boot op het stille eiland Nysiros ( denk ik ).
    Totaal andere wereld om in te verkeren dan in de zomer in de Ionian.
    Geniet verder en blijf je verhalen delen, zou fijn zijn.
    Groet Marijke

  2. Hai Anne, weer een heerlijk verhaal waarbij ik mij toeschouwer ter plekke waan.
    Ik zie uit naar je flessenpost vol avonturen.

  3. Geweldig verhaal over de winter. Nysiros een vriendelijk en interessant eiland. De grieken onderling en voor het filmpje van het dansen. Het hele eiland deint.
    Dank hiervoor gr Chantal.

  4. 🇬🇷❤️🫶🏽🌹
    I just love to read your Flachenpost! It blows me away totally….everytime!
    Your words is like the nicest painting, with pictures, feelings, thoughts about life, filosofi and beauty ❤️🌺🌸🌼
    I’m pretty sure you will end up as a writer of books and novells!
    Peter

  5. Wat een heerlijk, mooi verhaal weer Anne! Ik geniet er iedere keer weer van!
    Het vertragen en meer leven in het nu, zou ik ook meer willen oefenen! Ik neem me voor, er vandaag mee te beginnen 🙂
    Groetjes uit Belgie!

  6. Wat een heerlijk stuk om te lezen. Heel mooi geschreven maar ook heel herkenbaar want wij waren ook al een paar keer met onze zeilboot op Nysiros. De sfeer daar proef ik ook uit je verhaal. Zo’n fijn eiland!

  7. Hoi Anne, al een paar dagen prijkt jou bericht in mijn mailbox.
    Daar ga je namelijk even voor zitten.
    Dank je wel voor het delen van jouw belevenissen! Op een schitterende manier verwoord!

  8. Hoi Anne, vind net je flessenpost in mijn spam ( waar die allerminst thuishoort!) en heb weer als vanouds genoten van al het moois waarvan je ons laat meegenieten. Wat een contrast met die doldwaze wereld waarin we leven. Dank en blijf ons wijze levenslessen bieden!

  9. Dag Anne, vele jaren hebben mijn vrouw en ik ook rondgezworven over de Griekse wateren met onze boot, dat is sinds enkele jaren voorbij.
    Jouw prachtige verhalen en beelden brengen me weer terug naar de tijd en de sfeer waar we destijds zo van hebben genoten. Dank je wel daarvoor!
    Blijf vooral zo doorgaan, ik kijk er naar uit.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *