De weg naar Samos

Uitzicht op Samos

Zodra in Ikaria de lijnen vastliggen barst de Meltemi los: vlagerige rukwinden laten de verstaging loeien. De haven is beschut, toch rolt er deining binnen. Ik heb uitzicht op mt. Kerkis, de hoogste berg van Samos, die onbereikbaar boven de horizon zweeft. Doorvaren zit er niet in met deze wind, heb ik besloten. Tussen Samos en Ikaria wil het in het zeegat flink spoken en het zou toch ontzettend jammer zijn als we onder het toeziend oog van onze voorlopige eindbestemming schipbreuk leden.

Om mijn ongeduld te beteugelen verzin ik andere bezigheden. Een halfuurtje verderop is een warmwaterbron in zee. Dat is goed voor mijn welzijn en mijn door het boordleven toch altijd wat stijve spieren. Het advies is om niet al te lang in het weldadige water te blijven liggen weken, vanwege het hoge gehalte aan (radioactief) Radon. Na twintig minuten baden in een warmwaterbad dat meedeint met het ritme van de zee, droog ik me dus af. Net lang genoeg, zo hoop ik, voor het bijgroeien van een extra hand, want die zou aan boord uitstekend van pas komen.

Therapeutisch klussen

De dagen daarop maak ik van de nood een deugd en bereid mijn kuip voor op een nieuwe schilderbeurt. Een stalen boot is blijvend onderhoud, en nu ik hele dagen in de kuip vertoef heb ik die graag roestvrij. Ook het houtwerk verlangt wat aandacht, en om het spannend te houden vervang ik het wieltje in de gever van mijn log. Daarvoor moet ik de gever uit het daarvoor bestemde gat in de romp schroeven, om het gat (dat onder de waterlijn zit) als de wiedeweerga te dichten met de daarvoor bestemde plug. Een paar eeuwigdurende seconden lang gutst het zeewater de boot in, en gutst het zweet me met ongeveer
hetzelfde tempo van het voorhoofd, maar het lukt zonder te zinken.

Ik maak praatjes met de sympathieke havenmeester Vangelis, die uitstraalt dat haast niet bestaat, nooit bestaan heeft en ook zeker nooit zal bestaan. Op Ikaria worden mensen opmerkelijk oud (het is één van de ‘blauwe zones’), en het zou me niets verbazen als Vangelis onderweg is om tweehonderd te worden: de rust en de wijsheid die ik me bij zo’n leeftijd voorstel zijn in elk geval duidelijk in aanleg al aanwezig. Hij leent me zijn auto zodat ik diesel kan halen, want ik woon níet op Ikaria en probeer mijn onrust tevergeefs te bedwingen met bezigheden. Als een stille Sirene lonkt Kerkis vanaf de overkant naar me: waar blijf je nou met je bootje?

Taraxía

Het waait wel flink, maar waait het echt te hard om te varen? Als de derde laag primer in de kuip droog is, is mijn onrust groter geworden dan mijn voorzichtigheid en besluit ik het erop te wagen. Met werkfok en driedubbel rif voorbereid vaar ik de haven uit. Als ik van wal steek hoor ik Vangelis nog nét aan een voorbijganger uitleggen wat de betekenis is van mijn bootnaam: “Een staat van diepe rust, dus zonder zorgen… of ongeduld…” en hij werpt me een zijdelingse blik toe. Hij heeft gelijk: mijn bloed kolkt door mijn aderen van ongeduld en onvervuld verlangen, ik móet en ik zal naar Samos, en elke dag later is er één te veel. Waarom? Ik weet het ook niet. Van Ataraxía is in mijn geest vooralsnog geen sprake…

geïmproviseerde schokdemper
Zeeschuimer

Buiten de haven loeit de wind langs de kust van Ikaria en smijt de zee haar golven tegen Trixie’s boeg. Ik klem mijn kaken op elkaar, maar zij trekt zich er weinig van aan: we varen ruime wind, de zeilvoering klopt precies, en mijn windvaan heeft het duidelijk naar haar zin. De spanning valt van me af zoals een natte regenjas die je op de grond laat vallen: heb ik me daar zorgen zitten maken over deze condities, blijkt dat Trixie als een blije eend naar het zuidoosten vaart. Ik realiseer me maar weer eens dat ík hier aan boord de beperkende factor ben, en niet mijn boot of uitrusting. Daar word ik vrolijk van: Ik de leerling, Trixie mijn mentor.

Het mag dan bij nader inzien wel prachtig zeilweer zijn, Samos is nog altijd niet bezeild. Op een aandewindsekoers kom ik tegen deze golven niet in, en achter Samos zal het nog wel flink harder waaien ook. Ik koers daarom naar Arki, een eilandje een stukje ten zuiden van Samos. Daar is een goed beschutte ankerplaats, en als de wind volgens verwachting morgen afneemt en krimpt, ligt de weg naar Samos open op een koningskoers.

Eindetappe

Na een rustige nacht voor anker in water zo helder en stil als een bergmeer, is het eindelijk zover. Een zacht briesje uit het noordwesten komt haar excuses aanbieden voor het geweld van de afgelopen dagen. Nadat ik haar heb laten beloven vandaag nog íets van richting te krimpen en íets aan sterkte te groeien, schenk ik mijn vergiffenis van harte. Ik hijs de zeilen, haal het anker op en zet met een huppelend hart koers naar Samos.

Op de kop af tien jaar geleden is het dat ik tijdens een reis op de Balkan in Thessaloniki uitkeek over zee en op de laatste pagina van mijn groenblauwe opschrijfboekje ‘Ataraxía’ krabbelde, met een tekeningetje ernaast van een bescheiden zeilboot. In de verte turend bedacht ik dat daar ergens Samos moest liggen, geboorteplaats van Epicurus, voor wiens werk ik toen ook al jaren een warme sympathie koesterde.

Epicurus van Samos

In zijn levensfilosofie is ‘Ataraxía’, vrij vertaald ‘gemoedsrust’, een noodzakelijke voorwaarde voor een goed (en dus gelukkig) leven. Een rustige geest, vrij van verstoringen, die scherp kan onderscheiden wat we in ons mensenleven werkelijk nodig hebben (niet zo veel), en vooral ook wat overbodig is (zoals luxe, macht en angst voor de dood). Zo’n geest gedijt het beste in eenvoud en matigheid, met gelijkgestemde vrienden. Voor mij was het dus logisch om mijn boot ‘Ataraxía’ te willen noemen: het boordleven dwingt je tot eenvoud, brengt het leven vanzelf terug naar het hoogstnoodzakelijke. Die gelijkgestemden hoopte ik te vinden in andere zeilers (en ik kreeg geen ongelijk).Het leek me het perfecte recept voor iemand met een van nature wat onstuimige geest.

Het kostte me tien jaar om ‘Ataraxía’ in bootvorm te realiseren en met haar naar Samos te varen, via allerlei prachtige omwegen en vertragingen die ik niet had willen missen. De Griekse dichter Kavafis schreef:

“Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka
wens dat de weg dan lang mag zijn,
vol avonturen, vol ervaringen.
De Kyklopen en Laistrygonen,
De woedende Poseidon
behoef je niet te vrezen,
hen zul je niet ontmoeten
op je weg (…)

wens dat de weg dan lang mag zijn.
dat er veel zomermorgens mogen komen
waarop je heel dankbaar, heel blij
onbekende havens zult binnenvaren […]”

Konstantinos Kavafis, Ithaka, English translation

De afgelopen tien jaar was Samos misschien wel mijn Ithaka, en wat heb ik onderweg veel avonturen, veel zomermorgens en veel onbekende havens mogen zien. Letterlijk én figuurlijk. Laestrygonen, Cyclopen en een woedende Poseidon zijn me gelukkig inderdaad bespaard gebleven.

Aankomst op Samos

Terug aan boord na dit literaire zijspoor: de lezer begrijpt dat de stemming aan boord opperbest is als we die middag de haven van Pythagoreion naderen, de regio waar Epicurus moet zijn opgegroeid. Ik mijn in hout gegraveerde portret van “Eppie” (een verjaardagscadeau van creatieve vrienden) in de kuip, en lees hem voor uit eigen werk. 

De vrucht van zelfredzaamheid is de grootst mogelijke vrijheid” 

Epicurus, SV77  

De wind houdt zich netjes aan de afspraak en komt genot brengen in de vorm van een windkracht 3 uit het westen. Vol kalmte en zonder haast glijdt Trixie naar onze eindbestemming. Aan het eind van de dag laat ik dan eindelijk mijn anker zakken in het zand naast de haven van Pythagoreion. Mijn blik glijdt over het landschap: in meer dan tweeduizend jaar zal er hier veel veranderd zijn, maar de contouren van het heuvelachtige eiland en het hier tegenovergelegen vasteland van Turkije verschillen vast niet al te veel van die in Epicurus’ tijd

Pythagoreion

De volgende dag roei ik naar de kant, op zoek naar sporen van mijn oude denker. Langs de kade staan modieus uitziende restaurantjes schouder aan schouder, met bedienend personeel dat uitnodigende gebaren maakt om vooral toch iets te komen proberen van de vijf pagina’s tellende kaart. Om de hoek aan de hoofdstraat puilen van achter elke gevel dezelfde blouses in pasteltinten, dezelfde olijfboomhouten pollepels en dezelfde aardewerken schalen naar buiten. Ik tel vijf ijszaken, zeven luxe koffietentjes, drie delicatessenwinkels en raak de tel kwijt tussen de souvernirswinkels. Van matigheid is hier vooralsnog weinig sprake.

Pythagoras van Samos

Ik blader door de rekken vol t-shirts op zoek naar een opdruk met Epicurus. Maar ik had het kunnen weten: het stadje Pythagoreion heet niet voor niets geen Epikoureion. Op elke straathoek, in iedere volgepropte winkel met prullaria, op elk etiket met slobberwijn, staat een portret van die ándere filosoof van Samos, die zo’n 200 jaar eerder leefde: Pythagoras. Tegenwoordig is hij vooral bekend vanwege die aloude stelling over de lengte van de zijden van een rechthoekige driehoek, die we onze dertienjarigen met geweld door de strot duwen. Jammer, want daardoor leren die dertienjarigen niet hoe bijzonder die stelling én diens geestelijk vader eigenlijk waren. Pythagoras moet een bijzonder begaafd en bevlogen denker geweest zijn, die zich naast de geometrie ook verdiepte in morele vraagstukken, kosmologie, reïncarnatie en levensfilosofie. Er zijn geen oorspronkelijke teksten van zijn hand meer, maar de invloed die hij had op denkers uit de oudheid en ver daarna is onmiskenbaar. Niet meer dan terecht, dus, dat zijn nagedachtenis in ere wordt gehouden op het eiland waar hij rond 570 v.C. geboren werd.

Voor mij is het wel jammer dat deze ‘rockstar philosopher’ nu uitgerekend geboren is in dezelfde plaats als de filosoof waarvan ik posters boven mijn bed heb hangen. Ik breng een bezoek aan het archeologisch museum, maar behalve inscripties uit Epicurus’ tijd en wat scherven van wat ooit een aardewerken amfora was, vang ik bot. Ook het Epicuristisch café, dat volgens het orakel van google in een dorp een paar kilometer verderop moet zijn gevestigd, is helaas niet meer. Enigszins verontwaardigd en gedesillusioneerd, misschien zelfs een tikje beledigd, roei ik terug naar huis.

Vriendschap danst de wereld rond

Omdat er een vervelende deining begint te lopen haal ik het anker op en vaar ik de haven van Pythagoreion binnen. Ik grinnik bij de gedachte dat ik op de kade op een sinaasappelkistje kan gaan staan, om daar de argeloze voorbijganger Epicurus door de strot te duwen. Maar ik heb geen sinaasappelkistje, en die methode past ook niet bij Epicurus. Nadat hij zich had laten scholen door verschillende leermeesters kocht hij op zijn vijfendertigste een huis in Athene met een grote tuin, waar hij zijn eigen school stichtte. Iedereen die zich wilde aansluiten was welkom, of je nu arm of rijk was, of vrouw, of slaaf. “Vreemdeling, hier zul je aangenaam vertoeven; hier is het hoogste goed genot”, stond er naar verluidt boven de poort. Het leven van Epicurus en zijn leerlingen speelde zich vooral binnen de tuin af, en niet in de publieke (laat staan de politieke) arena. “Leef onopvallend”, is zijn aanbeveling. Op straat zijn leer verkondigen lijkt me niet bij hem passen.

Pythagoreion

Gelukkig word ik weer eens op mijn wenken bediend: vier mannen van de buurboot komen mijn lijnen aannemen en nodigen me daarna uit voor een biertje aan boord, omdat ze willen weten wat voor boot ik heb en wat de naam betekent. Als ze eenmaal op die knop geduwd hebben is er geen houden meer aan: ik schakel over naar standje ‘filosofiedocent’ en praat ze de gewillige (?) oren van het hoofd over geluk en eenvoud, natuurlijke verlangens, genot en matigheid, en het grote belang dat Epicurus hecht aan vriendschap.

 De vriendschap danst de wereld rond en roept ons allen op te ontwaken en onszelf gelukkig te prijzen”  Epicurus, SV 52

Als deze verbale dijkdoorbraak voorbij is blijft er met zeilers onderling gelukkig nog genoeg te bespreken over. Om onze nieuwe vriendschap te bezegelen schuiven we wat later samen aan bij een modieus restaurantje aan de kade, waar we uit de vijf pagina’s tellende kaart uiteindelijk toch níet kiezen voor water en brood, maar voor uitgebreide mezze om te delen, en ruim voldoende wijn. “Geef mij wijsheid en matigheid, maar nu nog niet!”, denk ik bij mezelf, en ik stel me voor hoe Epicurus hoofdschuddend maar glimlachend over mijn schouder meekijkt: ik heb in de praktijk nog een hoop te leren.

“Voordat je eet en drinkt, overweeg zorgvuldig met wie je eet en drinkt, in plaats van wat je eet en drinkt”
Epicurus

 

In de volgende flessenpost leer ik Samos beter kennen in al haar schoonheid en veelzijdigheid, en bezoek ik haar absolute hoogtepunt. Ook vind ik oplossing voor de afwezigheid van Epicurus’ gedachtegoed.

Heading

De kunst van het vertragen

Deze winter keek ik bij de Grieken de kunst van het vertragen af. Tussen panagiri’s, zeilersbarbecues en een borrelende vulkaan ...
/

Thuiskomen

Na een enerverend werkseizoen op zee, op grotere boten met groter gezelschap, is het bij thuiskomst op Trixie wel weer ...
/

Ronde van Samos

Op Samos op zoek naar sporen van Epicurus. En als de berg niet naar Anne komt ...
/

Intermezzo: sailing Zeezot

Zeezot onder vol zeil I’m seeking shelter from this spring’s first Meltemi in the harbor of Ikaria when the phone ...
/

Intermezzo: Zeezot

Met twee vrienden vaar ik een mooie 40-voeter over van Tenerife naar Galicië. 1000 mijl over de oceaan in een ...
/

De weg naar Samos

Het heeft me tien jaar gekost, maar eindelijk laat ik het anker van mijn zeilboot 'Ataraxía' zakken in het zand ...
/

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang nieuwe flessenpost in je mailbox

4 thoughts on “De weg naar Samos”

  1. Hoi,
    We kennen elkaar niet edoch, ik volg je posts met genoegen. Speciaal deze laatste! Dankjewel daarvoor.
    Ik hoop dat je flessen met post in de (digitale) zee blijft gooien .
    Hartelijke groet,
    Albert Garrelds

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *