Te kaap’ren varen

“Κατὰ Μαλέαν, ἐπιλάθου τὰ οἴκαδε”

“Rond Malea, vergeet de weg naar huis”

Oud-Grieks gezegde (Strabo 8.6.20)

Met een verrekijker in mijn ene hand en een kop koffie in de andere tuur ik naar het water buiten de kloof van Gerolimenas. Hierbinnen is het water zo vlak dat ik vanmorgen toen ik wakker werd heel lang en diep moest nadenken waar ik was. Op de werf misschien, of bij vrienden ergens aan land? Vannacht zijn wind en deining ook buiten de kloof gaan liggen, en nu wacht ik de eerste ochtendbries af voordat ik verder vaar.

Matapan

Tegen negenen begint vanuit de kloof een zachte wind te waaien. Ik hijs de genua en licht het anker, op weg naar mijn ontmoeting met kaap Matapan. De Venetianen leverden hier in 1717 een zeeslag tegen de Ottomanen, tijdens de slag bij Matapan. Niet te verwarren met de slag bij kaap Matapan, die hier ook plaatsvond, in 1941 tussen de Italianen en de Engelsen.
Maar het roemruchte verleden van deze kaap gaat al veel verder terug: de oude Grieken stonden erop dat ergens in deze rotsen de poorten van Hades, de onderwereld verstopt lagen.

 

Kaap Matapan


Gelukkig is er vandaag geen vloot in zicht en ook Hades houdt zich gedeisd. Met een mooie ruimewindse bries blazen we de kaap zonder problemen voorbij, al zet ik uit voorzorg wel alvast een rif, en wissel ik de genua voor de fok.

 

Langs Mani in galop

Achter de kaap gaan we bakboord uit: ik heb mijn oog laten vallen op een baai een eindje naar het noorden, waar ik wat beschutting hoop de vinden tegen de westenwind die vanmiddag zal aantrekken. Nu is de wind vooral nog warrig: hij komt van alle kanten, trekt aan en zwakt weer af, dus ben ik druk met sturen en zeiltrim. “Hollen en stilstaan”, schrijf ik in mijn logboek, en ik noteer een vlagerige 4 Beaufort. We varen langs Porto Kagio, wat me prachtig lijkt maar waar de ankergrond slecht schijnt te zijn. Ik ben door zo’n beetje iedereen die ik ken gewaarschuwd voor de valwinden achter de kaap, en heb geen zin in zorgen om een krabbend anker. Bovendien is de dag nog jong en veelbelovend, te vroeg nog om er nu al mee te stoppen.

Kaap matapan op zak!

Ik vaar dus door naar het noorden, richting de baai van Kotronas. De wind kiest eindelijk richting en werpt zich met groeiend enthousiasme van de berghelling naar beneden. Tegen de tijd dat ik Kotronas nader staat er een stevige windkracht 6. Als ik daar voor anker wil, is het een eind tegen de wind in hakken om vervolgens alsnog van mijn anker te waaien.
Terwijl mijn blik over de zeekaart glijdt krijg ik een appje van Guus, die ik via facebook ken en die me waarschuwt voor de valwind die Trixie op dat moment net uit het roer doet lopen. Hij komt als geroepen, want hij kent het gebied, en afgaand op zijn kennis besluit ik door te varen naar Gytheion, iets verder naar het noorden. Daar zou het minder moeten waaien, en het is bovendien bezeild: waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Zeilwissels

Uit mijn zeilgarderobe vis ik een kleine fok op die ik van een vriend kreeg. Hij komt uit een boot die onder water heeft gestaan, dus is het zeil bevuild met roest en modder. Ik heb het nooit eerder gebruikt, maar het lijkt me geschikt voor deze omstandigheden. Als ik op mijn knieën op het voordek zit en de gecorrodeerde leuvers vast probeer te haken, blijkt dat nog niet zo eenvoudig. Met moeite peuter ik ze open, terwijl het zeewater me intussen over de knieën klotst. Trixie bokt op de kleine, steile golfjes, alsof ze protesteert tegen dit veel te vieze oude klerezeil. Bij de eerstvolgende vlaag helt ze over, en verdwijnt het zeil bijna in zee. Ik begrijp de boodschap en taai af: ik heb nog wel iets anders in het vooronder.

Intussen aan de horizon...

Ik vind al snel de stormfok die de vorige eigenaren dertig jaar geleden nieuw hebben aangeschaft, tegelijk met hun halfwinder. En net als mijn halfwinder, is de stormfok ondanks haar leeftijd nagelnieuw. “Wij zijn geen zeilers, gewoon mensen die proberen niet te zinken”, zoals ze het zelf zeiden, en daar doe ik mijn voordeel mee. De blinkende leuvers van de stormfok laten zich gemakkelijk aan de verstaging haken, en Trixie lijkt zich even in te houden terwijl ik op het voordek bezig ben. Ik strijk de fok, worstel het zeil dat me flapperend om de oren waait door het voorluik naar binnen, en hijs het kraakheldere, piepkleine stukje zeildoek. Ook zet ik het derde rif in het grootzeil, om uit te balanceren. Het is alsof Trixie goedkeurend knikt om haar nieuwe, schone kleren.

Trixie in bikini
Gytheion

Tevreden zit ik even later in mijn zeiljas in de kuip, terwijl Vera probleemloos stuurt en we met 5 knopen halve wind naar Gytheion varen. Niet slecht voor een bikini van zeildoek! Zodra we bij Gytheion de hoek om draaien wordt de zee vlak en de wind poeslief. Klokslag 6 uur laat ik het anker zakken achter het eilandje Cranae, zout tot achter mijn oren maar ten diepste tevreden. Naast me ligt een peperdure carbon catamaran met crew, die ik een uur eerder onder vol zeil naar Gytheion heb zien sjezen. Niet veel later komt een tweede catamaran naast ons liggen: Waldemar, die vandaag vanuit Koroni is komen varen, precies dezelfde afwegingen heeft gemaakt als ik, en dus in dezelfde haven uitkomt.

Cranae
Carbon 'gunboat': Trixie's tegenpool

Omdat het de komende dagen hard uit het noordoosten gaat waaien, vaar ik twee dagen later met het laatste staartje westenwind naar Plythra, aan de overkant van de baai. Ik ben niet de enige: de hele ankerplaats van Gytheion verhuist tegelijk naar Plythra. Dat wil zeggen: ik vertrek in de ochtend, Waldemar begin middag, en de carbon jongens pas een paar uur later. Precies tegelijk laten we einde middag onze ankers zakken voor het zandstrand.

Odysseus' kaap

Als de noordoostenwind na een paar dagen onstuimig en regenachtig rotweer gekalmeerd is koersen we aan op de laatste kaap van de Peloponnesos. Waar kaap Matapan roemrucht is vanwege zijn illustere bewoner, staat kaap Malea in de Griekse geschiedenis pas echt symbool voor onheil. Homerus laat daarover geen twijfel bestaan in de Odyssee. Hij beschrijft hoe Odysseus -meer dood dan levend na een noorderstorm- de kaap probeert te ronden:

“(…)[T]oen de rozenvingerige Dageraad de dag aankondigde
plaatsten wij de masten en trokken de witte zeilen omhoog,
we namen plaats en lieten de wind en de stuurlui koers zetten.
En ik zou heelhuids aangekomen zijn in mijn vaderland,
als mij niet bij het omvaren van kaap Maleia een verraderlijke golfslag
en Noordenwind (Βορέης) uit de koers had geslagen en weg van Kythera.
Vandaar werd ik negen dagen lang meegesleurd door ongunstige winden
over de visrijke zee (…)”

(Homerus’ Odyssee 9.67-86, vertaling gebaseerd op Ben Bijnsdorp)

Naar Malea

Een gewaarschuwd mens telt voor twee, en als zelfs Homerus je waarschuwt weet je dat je extra voorzichtig moet zijn. De vooruitzichten zijn dat de noordenwind vannacht gaat liggen en plaatsmaakt voor een westenwind. Die trekt in de loop van de dag verder aan tot een 5 Bft. Dus vaar ik vandaag eerst naar Profitis Ilias, een ankerplaats iets ten westen van de kaap. Morgenvroeg kunnen we dan met lichte wind de kaap ronden. Maar het loopt net even anders.

Op naar het zuiden
Linksom of rechtsom

De eerste vraag is of we over de ondiepte tussen de Peloponnesos en Elafonisos heen kunnen. Op de kaart staat een passage van 1.80 meter; ervaringen van andere zeilers vertellen dat het overal minstens 2.50 meter diep is. Het wordt een kwestie van langzaam en voorzichtig varen, op de motor en met een oog op de dieptemeter. Maar als ik niet veel later Elafonisos nader, giert de wind door de verstaging en moet ik de zeilen snaarstrak zetten om genoeg hoogte te maken. Dat wordt tegen de wind in over een ondiepte die ik niet goed ken, met golven en een bewolkte hemel die het zicht beperken. Ik vier de schoten en val een eind af: dan maar om Elafonisos heen. Qua mijlen is het langer, maar het is bezeild en veilig.

Vieze Freddy

 

De vieze werkfok waar Trixie niets van moest hebben heb ik inmiddels wat aandacht gegeven, zodat de leuvers werken en de ergste roestvlekken verdwenen zijn. Bij nader inzien is het eigenlijk een prachtig sterk zeil, als je niet teveel op het uiterlijk afgaat. ‘Vieze Freddy’ noem ik ‘m, en hij laat zich goed combineren met een dubbel gereefd grootzeil. Uit het logboek: “Zuidoost 5, koers instabiel. Vieze Freddy gehesen. Dat helpt, want de wind neemt af.” We vliegen naar het zuiden om Elafonisos heen. Daarna stuur ik aan op de kaap, aan de wind en met korte golfjes die de voortgang beperken, maar we maken genoeg gang met windkracht 5 op de neus.

Kaapeffect

Even nadat we Elafonisos voorbij zijn gezeild drukt iemand opeens op de uitknop. De wind valt weg, de deining blijft en willoos ligt Trixie te klotsen op de golven. We drijven naar het zuiden, richting Kythera en de drukke scheepvaartroute, waar olietankers en vrachtschepen het oosten met het westen verbinden met een snelweg op zee. Dáár had Homerus het niet over! Ik doe een poging om overstag te gaan en Trixie terug naar land te sturen, maar dat lukt niet. Gijpen gaat wel, maar als ik na een ‘luwterondje’ weer aan de wind vaar, varen we 180 graden de andere kant op.

'Opkruisen' naar NO

Ik heb meer zeil nodig om meer snelheid te maken, dus wissel
ik het voorzeil voor de fok. Met de korte, steile golven van de wind die er zonet nog was is dat op het voordek een wilde en natte rodeorit van een halfuur, maar het lukt uiteindelijk om Freddy terug in de zak te worstelen, de fok te hijsen en vol grootzeil te zetten. De bakbeesten die me aan weerskanten om de oren vliegen hou ik intussen in de gaten: eentje gaat bakboord van me langs, eentje stuurboord, dus als ik met mijn rodeostier blijf liggen waar ik lig is er niets aan de hand. “Rustig… rustig… kalm… kalm…” hoor ik mezelf herhalen, en ik vraag me af tegen wie ik het heb.

Die waren er niet in de oudheid!
Bakzeil

Gereefd of ongereefd: Kaap Malea duldt ons vandaag geen meter dichterbij. Wat ik ook probeer, hoe ik ook trim of stuur, ik kan kiezen tussen een koers naar het zuidoosten of het noordwesten, en noordoost is geen optie. Er zal een westgaande stroming staan vanaf de kaap, geen wonder ook na dagenlange harde noordoostenwind. Dat verklaar trouwens ook het wegvallen van de wind: als de stroming ons heeft meegenomen, is de relatieve windsnelheid gedaald.

Ik leg me erbij neer: dan maar ergens anders voor anker, het zal hopelijk geen negen dagen duren. Ik gijp en laat de wind van stuurboord invallen, zodat we van de shipping lane afvaren, en laat Trixie een koers bepalen die lekker zeilt. Ze keert haar boeg naar een zanderige baai op Elafonisos. Ik geef haar geen ongelijk: het is er prachtig, met knetterblauw water zoals op een ansichtkaart.

Te kaap'ren varen

De volgende ochtend staat de wekker voor zonsopkomst. Ik wil voor tien uur de kaap ronden, twaalf mijl ten oosten van ons, dus moeten we rond zes uur vertrekken. Ik voel me net Odysseus als ik, terwijl de rozevingerige dageraad haar taak volbrengt, de witte zeilen hijs en het anker licht.

Ἠὼς ῥοδοδάκτυλος: Rozevingerige dageraad

Het is meer motoren dan zeilen naar de kaap, maar dat was ook de bedoeling. In een rechte lijn varen we gestaag naar het oosten, buiten het domein van het vrachtverkeer en niet gehinderd door stroom-en golfpatronen of dodelijke winden. Even voor tienen komt de kaap in zicht en streelt het eerste briesje van de dag Trixies witte zeilen.

De kaap ronden is je thuis vergeten...

Ik begrijp de hint en zet de motor uit. Om de toorn van de Olympiërs niet over me af te roepen moet ik de kaap rond op wind- in plaats van paardenkracht. Terwijl ik met volle zeilen de hoek om stuur, balt de windstilte zich plotseling samen tot een stevige bries recht van achter. “Boe!”, hoor ik Aeolus in mijn verbeelding roepen. Met vijf knopen snelheid varen we vlinderend langs de beruchte kaap, in opperste concentratie om niet per ongeluk te gijpen, en met het schaamrood op de kaken. De koers is riskant: vol zeil, wind recht van achter, en ik weet hij plotseling van sterkte en richting kan veranderen. De giek staat vast met een preventer, maar toch: Ik hoop dat de Olympiërs mijn ὕβρις (hoogmoed) door de vingers zien, en me zonder averij laten passeren.

Kaap Malea

De westenwind wordt in de Griekse oudheid aangestuurd door Zephyros. Dat is mijn redding, want Zephyros is zacht en mild, de brenger van het voorjaar. Heel anders dan Boreas, de noordenwind die Odysseus duizenden jaren geleden zo dramatisch van koers bracht. Zephyros duwt me met een speels zetje langs de kaap, zoals een kat een speelgoedmuis van tafel duwt. Daarna laat hij me gaan, ongeschonden en euforisch.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang nieuwe flessenpost in je mailbox

7 thoughts on “Te kaap’ren varen”

  1. Hey Anne,
    Mooi geschreven weer, leuk dat je wat van de Griekse mythologie in je verhaal verwerkt.
    Is dat parate kennis of Wikipedia ?
    Ik verbaas me er wel over dat je best wel veel mijlen aflegt, goed bezig ! het zullen de lange dagen zijn.
    ga zo door, ik zie uit naar de volgende fles !
    Grtn Bert

    1. Ha Bert! Die Griekse mythologie (en de oudheid, en antieke filosofie) is paraat enthousiasme, dankbaar aangevuld met de rijkdom aan bronnen die online te vinden is. Reizen zet ook aan tot lezen!
      Ik vaar inderdaad een beetje door, omdat ik begin Mei op Samos wil zijn, maar ook omdat ik op zee zijn echt heerlijk vind! Leuk dat je meeleest 🙂

  2. Frank Grootendorst

    Hey Anne ,
    Wat schijf je toch prachtig, heerlijk om te lezen en zo je avonturen mee te bleven.
    Groet Frank

  3. Prachtig geschreven en wat een enorme kennis van wind en zeilen.
    Ik verheug mij straks op Samos, waar je natuurlijk je kennissen Lupker gaat ontmoeten, die nu aan land wonen.
    Heerlijk op Samos.

  4. Frans Hermans

    Prachtig geschreven, of je zelf aan boord bent. En natuurlijk hoe je Homerus achterna vaart en dat je alles zo in je eentje klaart.

  5. Wat mooi geschreven! Ook leuk om te lezen over Griekenland waar we zelf ook gevaren hebben met onze Albin Vega.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *