Nu ik de sleutel van Ataraxía in mijn zak heb kan ik eindelijk aan de slag om van haar mijn nieuwe thuis te maken. Er moet ontzettend veel gebeuren, maar omdat ik in de wintermaanden toch zonder betaald werk zit heb ik tijd genoeg. Mijn eerste zorg is het overvaren van de boot van Preveza naar Nidri. Dat is een half dagje varen bij goede condities, maar dan moet ze natuurlijk wel zeilklaar zijn…
Ik gun mezelf drie dagen om de zeilen aan te slaan, de romp nog eens op gaten te controleren, de watertank te vullen, het brandstofsysteem na te lopen, alle afsluiters te inspecteren, de verstaging op spanning te brengen en de motor te testen. Marco brengt me naar de werf en helpt me met het testen van de oude 1-cilinder Bukh. Die doet het gelukkig na wat aandringen. Ook Jelle, die met de Vrijstaat vlak voor de haven ligt, komt me helpen. Maar ik heb moeite het overzicht te houden van wat er nog gebeuren moet. De hele boot is van boven tot onder volgestouwd met reservematerialen, gereedschappen en onderdelen waarvan de herkomst me vaak niet bekend is. Op de Vrijstaat wist ik wat ik had en lag alles op een vaste plek. Op deze nieuwe boot ben ik gedesoriënteerd: ik weet niet wat ik heb, ik weet niet waar het ligt en ik weet niet waar ik moet beginnen. Mijn eigen spullen liggen verspreid over drie boten en ik vraag me af hoe ik ze in vredesnaam onder moet brengen op deze overvolle boot.
Twee van de drie dagen loop ik wat verloren rond, pulkend aan de roestplekken en neuzend in de scheepslading onderdelen die allemaal individueel in plastic zakjes zijn opgeborgen. Pas op dag drie kom ik eraan toe te doen waarvoor ik hier ben: ik smeer een bedenkelijke roestplek in de romp dicht met epoxyplamuur, sluit de nieuwe accu’s aan waar ze horen, vul de watertank, test de afsluiters, inspecteer het roer en roerlager, sla de zeilen aan en loop de lijnen na. Jelle brengt de verstaging op spanning en drukt me zijn satellietnoodbaken in handen: voor het geval het morgen helemaal misgaat
Te water!
Op zaterdagochtend staat Marco naast mijn boot: “klaar, kapitein?” Ik knik aarzelend: ik denk het wel. Hij komt aan boord met een jerrycan met benzine. “Voor je buitenboordmotor, als reserve. Mocht het helemaal misgaan…”. Toch fijn dat er anderen zijn die zich om mijn veiligheid bekommeren, want in mijn hoofd is het overvaren gewoon een kwestie van de lijnen losgooien, zeilen hijsen, naar het zuiden varen en weer aanleggen.
Een grote trekker met oplegger komt ons tegemoet rijden. De mannen van de werf laten hun blik over romp glijden, die bezaaid is met kleine afgeschraapte roestplekjes en klodders epoxyplamuur ‘voor het geval dat’. “Weet je ’t zeker?”, vragen ze, terwijl ze peuteren aan de verfbladders op de spiegel. Ik knik en lach mijn twijfels weg. “Ik hoef maar ’n klein stukje, ik ben in Lefkas vóór ze zinkt”.
Een half uur later raakt haar kiel voor het eerst in niemand-weet-precies-hoe-lang het water en glijdt ze de Ionische zee in. Snel controleer ik binnen de doorvoeren: alles is en blijft droog. Twee lijnen voor, twee lijnen achter en de oplegger kan onder de boot vandaan. Zachtjes deint Ataraxía op en neer op de golven. Opeens is ze geen stalen ‘ding’ meer, maar een levende boot met een eigen karakter. Alsof ze uit een jarenlange winterslaap is wakker gekust. Eindelijk is het tijd om haar beter te leren kennen.
Ik draai de afsluiter van het koelwater open en start de motor. ‘Kkkkrrr-uche-uche-bukh-bukh-bukh-bukh-bukh’, er komt donkerbruin koelwater uit de uitlaat, maar de oude Bukh loopt! Voor even dan… Nog vóór de vuiligheid uit het koelsysteem gespoeld is geeft hij het weer op. Het probleem is na wat zoeken snel gevonden: een lek in de aanvoerslang van de diesel. Een tripje naar de winkel later zit er een nieuwe tijdelijke slang op en heb ik een werkende motor.
Verhuizen
Het wordt tijd om te vertrekken, want anders heb ik straks het tij tegen. Ik gooi los, zet de motor in z’n vooruit en draai een paar rondjes voor de kade: even testen hoe ze stuurt. Een wereld van verschil met de Vrijstaat: daar moest ik om de bocht door te komen met mijn volle gewicht tegen de helmstok leunen. Ataraxía is haast drie keer zo licht, en heeft aan een duwtje met mijn pink genoeg. Wanneer ik een beetje gewend ben stuur ik haar langszij naast de Vrijstaat. Als ik onze twee boten zo naast elkaar zie liggen moet ik wel even wat wegslikken: onze gedeelde dromen en mijn eigen avontuur, gezusterlijk naast elkaar aan één anker. Jelle staat klaar met een warme hap, want van ontbijten is het vanmorgen nog niet gekomen. Na het eten verhuis ik nog gauw een paar van mijn spullen. De boordbibliotheek, winterkleren, veiligheidsmiddelen en wat gereedschap til ik van de ene naar de andere kuip. Verhuizen is nog nooit zo makkelijk geweest!
Als Jelle even later mijn boot afduwt heb ik nog net het laatste staartje van de ebstroom mee. Ik installeer eerst maar eens de elektrische autopilot, zodat ik mijn handen vrij heb om de zeilen te hijsen. Ik loop naar de mast en trek met verbazingwekkend gemak het grootzeil en de fok (met leuvers!) omhoog. Even waan ik me in mijn puberteit, zeilend op een valkje op het Paterswoldse meer. Alles aan boord is klein, licht en makkelijk hanteerbaar en de zee is zo vlak als een binnenwater. Onder me voel ik de boot onmiddellijk reageren op het opbollende zeil. Snel ga ik terug naar de kuip en leg haar op koers, tussen de betonning van het kanaal van Preveza door. De motor kan uit: we zeilen!
Zeilend zuidwaarts
Er staat een heerlijke windkracht 3 uit het noordoosten en hoewel het oktober is, staat de zon te schijnen alsof augustus nog maar net begonnen is. Ik trek mijn vest uit, dan mijn schoenen en even later ook mijn t-shirt en lange broek: ik ben hier toch alleen, niemand die me ziet. Zeilen in je ondergoed wordt zwaar onderschat. Zachtjes glijdt Ataraxía naar het zuiden, haar ietwat rafelige zeilen bollend in de wind. Ik pruts wat aan de windvaansturing achterop. Het is een oud model, met een flinke vaan en een eenvoudige overbrenging met twee tandwielen. Toch lukt het me nog niet om de boot op koers te krijgen met de windvaan. Geeft niks: dit eerste tochtje zit ik toch het liefste zelf aan het roer.
De rest van de dag zeil ik naar het zuiden. De zeilen gaan even naar beneden als ik Lefkas binnenvaar, want ik moet door de brug en in het kanaal daarachter mag je niet zeilen. Óók niet met alleen de fok en de motor bij, leer ik van de havenpolitie die me vanuit z’n snelle rib streng toebrult. Tegen het eind van de middag vaar ik Nidri binnen. Jammer eigenlijk, ik had wel graag nog een eindje verder gevaren. Maar er is werk aan de winkel, dus ga ik stuurboord uit richting de werf.
‘s Avonds krijg ik een appje van de vorige eigenaren van de boot. Zij stonden met hun camper in de buurt van Preveza en hadden zicht op mijn afvaart. Op de foto’s die ze meesturen zie je Ataraxía met volle zeilen door het kanaal van Preveza zeilen. En als je goed inzoomt zie je mij, in mijn onderbroek… Zo zie je maar weer, je bent nooit echt alleen.
Treadmaster disaster
Mijn handen jeuken om te beginnen en zodra mijn lijnen in Nidri vastliggen stort ik me op de verweerde laag Treadmaster op het dek. Het zijn een soort linoneummatten met antislip die op het dek gelijmd zijn en ze zijn me een doorn in het oog. Ze zijn van zichzelf al oerlelijk, maar door de jarenlange Griekse zon zijn ze gescheurd en gebarsten en het is me inmiddels duidelijk dat er op meerdere plekken roest onder zit. Geen wonder ook: onder zo’n linoleummat kan water zich makkelijk ophouden en een roestpuist veroorzaken die pas openbarst als die zo groot is als een golfbal. Met een scherpe beitel hak ik ze los. Daaronder komt de verflaag uit de jaren ’70 bloot te liggen. De kleur doet me onwillekeurig denken aan de permanent geïnfecteerde snottebel van een jongen uit mijn basisschoolklas. Niet bepaald een gekoesterde herinnering, dus weg ermee! Onder de groene laag komt vrijwel overal prachtig glad gegalvaniseerd staal tevoorschijn, dat eruitziet alsof het gisteren van de wals is komen rollen.
Als de treadmaster na twee dagen bikken verwijderd is, inspecteer ik de verf op de rest van het dek. Vrijwel overal is de witte toplaag onder invloed van UV gebarsten en verkruimeld. Op sommige plekken zie ik tussen de minuscule barstjes sporen van roest. Ik probeer met de schuurmachine de laag mooi glad te krijgen, maar als ik met de punt van mijn beitel over de geschuurde verflaag schraap komen de schilfers verf als hoofdroos naar beneden dwarrelen. De tercooschijf die ik normaal gebruik om roestige plekken kaal te halen is te agressief en beschadigt de gegalvaniseerde laag. Er zit niks anders op dan de oude verflaag met de hand te verwijderen en zo het hele dek volledig te strippen.
Schatgraven
Hoewel ik aan dek vorderingen maak is er benedendeks nog weinig gebeurd. Uit alle kastjes, bilges en bakskisten puilen stapels en stapels plastic zakjes met afwisselend waardeloze rommel, nuttige reserveonderdelen en nostalgische schatten uit de jaren ’80. Ik haal een paar keer diep adem en aanvaard de klus. Ruimte voor ruimte trek ik alles leeg en stal het uit in de kuip. Het is een avontuur op zich, want het is steeds een verrassing wat ik nu weer vind. Twaalf verschillende lampen: een olielamp, een gaslamp, een zaklamp op batterijen, een 12volt schijnwerper, waxinelichtjes en een knijpkat. Een hele kist vol verf en thinners: epoxyprimer, antifouling en vijf blikken blanke bootlak voor het houtwerk dat ik niet heb. Een onderwaterhoes voor je jaren ’80-camera, vijf autobanden, een handmatige boormachine, een verrekijker van Steiner en drie onaangebroken pakken rietjes.
Stapels piepschuim, restjes hout, plaatjes RVS en een grote zak vol harpjes en blokken. Twee spuuglelijke tafelkleedjes, een Plath-sextant, een krant van vlak voordat de Berlijnse muur viel en twee klassieke, kanariegele zeilpakken die me helaas allebei niet passen. Het kost me twee volle dagen, maar dan is er tot mijn grote opluchting een heleboel zooi van boord, en is er aan boord eindelijk íets van ruimte en orde ontstaan.
Bijten en krabben
Gewapend met afbijtmiddel, een arsenaal aan verfkrabbers en een vlijmscherpe nieuwe beitel wijd ik me aan de volgende taak. Zodra het ’s ochtends licht is begeef ik me naar het dek, dat langzamerhand bedolven raakt onder een dikke laag witte schilfers. Ook mijn kleding, mijn bed en mijn kombuis zijn geïnfecteerd, en als ik koffiezet lukt dat niet zonder dat er witte puntjes in mijn koffie ronddrijven. Dagenlang schaaf, schuur en schraap ik tot de zon achter de heuvels verdwijnt, maar stukje bij beetje maakt de verweerde verflaag plaats voor een glad oppervlak. Op de meeste plekken is het dek nu kaal tot op het staal. Waar de groene verflaag niet loskomt laat ik die zitten: wat zó goed hecht, mag van mij blijven. Voor de moeilijk bereikbare hoek tussen het dek en de voetrail mag ik van een buurman de naaldenbikhamer lenen. Daar zijn mijn directe buren niet zo blij mee, maar ik wel: na een halve dag bikken tintelen mijn armen en suizen mijn oren, maar is de lasnaad helemaal schoon.
Inmiddels is er op de werf een plekje ontstaan dat ruimte laat voor een bootje van mijn maat. Dus slinger ik de Bukh aan en vaar ik naar de steiger. Aris, die mijn lijnen aanneemt, laat zijn blik langs de boot, het gestripte dek en de roestgaten glijden en trekt een wenkbrauw op. “Wat heb je híer nou voor betaald, Anne?”, vraagt hij hoofdschuddend. “Een euro’tje”, zeg ik zo nonchalant mogelijk. Hij grijnst: “hoop werk voor een euro!”.
Orde in chaos
Het is inmiddels half oktober, maar aan het weer is dat niet te merken. Elke dag is het zonnig en warm en nu mijn witte verflaag van het dek is brand ik ’s middags mijn voeten aan het hete staal. Op de werf wanen we ons in een eindeloze augustusmaand, al worden de dagen wel langzaamaan korter. Hoewel het bij ons dus ongeveer 82 augustus is, is het in Nederland herfstvakantie en mijn beste vriendin komt een weekje over uit Nederland. Terwijl ik me buiten op de roestplekken stort (mechanisch kaal halen, chemisch behandelen met fosforzuur en daarna met owatrol insmeren), stort zij zich op de chaos binnen. Ik heb weliswaar echt mijn best gedaan om flink op te ruimen en te organiseren, maar omdat ik tegelijk een poging doe om te wonen én te klussen (en, vooruit, ook omdat ik geen talent heb voor het huishouden) ziet het er binnen uit alsof we gekapseisd zijn. Harmi heeft haar beroep gemaakt van het orde en rust scheppen in andermans chaos, en haar hulp en vriendschap komen dan ook als geroepen. Na een paar dagen sorteren, schema’s maken en vooral een heleboel wegmikken, zegt ze: “het past allemaal makkelijk, je houdt ruimte over”. Ik kan haar wel zoenen.
Herfstweer
Uiteindelijk kondigt zich dan toch de herfst aan in de weersverwachtingen. Ik dicht de gaten in het dek tijdelijk met epoxyplamuur en zet de hele bovenkant in de eerste laag epoxyprimer. Met een paar afdekzeilen en tientallen meters touw maken we een wintertent die de hele boot van voor tot achter tegen inregenen beschermt. Donkergrijze wolken kondigen de weersverandering aan en een uur nadat ik al mijn overtollige spullen in waterdichte olijventonnen onder de boot heb gestald, barst de hemel los in een enorme, onophoudelijke stortbui. Mooi op tijd: kan ik nog even controleren of alle gaatjes in mijn dek wel echt dicht zijn. Gelukkig is alles binnen de volgende ochtend kurkdroog, zodat ik de boot met een gerust hart kan achterlaten. Terwijl de herfst aanbreekt vertrek ik voor een maand naar Nederland voor familiebezoek, oude vriendschappen en natuurlijk…. bootinkopen!

Superstoer en erg leuk om te lezen! Succes!!
Wat een heerlijk verhaal om te lezen. En zeilen in onderbroek is heel herkenbaar. Ik heb er smakelijk om gelachen. Succes met klussen
Herken precies waar je mee bezig bent! Deja-vu.
Kreeg je post net binnen.Sterkte! Er stond gelukkig wel een kartonnetje wijn in de kuip.
Frans
Wat een ontzettend goed verhaal. Natuurlijk jammer vanwege de aanleiding l”liefde verloren.)Ook ik herken het gevoel van “een nieuwe boot” en de schatten die je zo vind. Stoer om zo opnieuw te beginnen en daardoor weinig tijd te hebben om in n een zwart liefdesgat te vallen . Succes ermee zou leuk zijn als het vervolg ook zo mooi beschreven word??
Stoer Anne
Heel veel respekt. Wens je sukses.
Je hebt een erg leuke schrijfstijl, heel knap. Ik blijf het volgen. René (SY Vento, je kwam ons tegen in het vliegtuig > A Coruna)
Ik ken je niet maar geniet van je prachtige verhaal. Ik heb zelf jaren in de Griekse wateren gezeild en vind het allemaal zo herkenbaar. Je schrijft boeiend. Kijk uit naar het vervolg.
Geweldig leuk verhaal weer! Ja die Bukh; kan ik me ook nog goed herinneren. in de cylinder zat een soort van schroefplug, waar je een brandend katoen-lontje in kon doen om voor te gloeien als het erg koud was. Heel veel plezier van gehad in mijn oude Trewes destijds.
Ik wens je heel veel vaarplezier en hoop weer op een snel vervolg verhaal.
Wauw, je haalt je wel wat op de hals met de Wibo. Dit haalt bij ons ook weer de herinneringen boven van onze eerste kajuitzeilboot eenzelfde Wibo. Maar je gaat voortvarend bezig met dit scheepje, heel veel vaarplezier.
Het is idd een heerlijk makkelijk te zeilen schip niet erg licht, maar heel veilig en robuust.
Prachtig geschreven! Wat ben je dapper en ondernemend met dit project! Petje af.
Licht in de duisternis is altijd een mooie fase in de restauratie. Opruimen/weggooien een heerlijke bezigheid. Zet hem op.
You write exquisitely, even in translation:
“As we pass, we wave to port at the Old Man of Hoy , a striking rock pillar of basalt and sandstone about 140 meters high. He doesn’t wave back, but perhaps from such a distance our sail is an imperceptible triangle against an endless dark blue mass.”
” The sun doesn’t seem to know whether to set or rise, and hangs just below the horizon like an actress who quickly changes costumes in the wings and rises again.”
“You can only suspect the islands behind the impenetrable fog banks because you can hear the sheep bleating softly from a distance. “
Can I copy it for my blog, giving due credit?
Dear Rob, thanks so much for the compliment! Copy all you want, I’m happy to share the experience 😊
Thanks, done!
I sent it to my family and friends, and they love your poetical language!
https://scotbest.substack.com/p/faroes-adventure-continued?r=tu2co&utm_campaign=post&utm_medium=web&fbclid=IwAR1TDpOG-yK9DEBqIIfT06GkyHK_y6r8D2BEaTSiwmGOCqJ0X26D-mVlXwQ here
Wat een mooi verhaal en wat schrijf je goed. Dit zou eigenlijk in de Zeilen moeten staan.
Dankjewel Erik, en wie weet ooit… 😉