Toen Jelle en ik in het voorjaar besloten dat een toekomst voor ons samen er niet in zat, bezorgde me dat dubbel liefdesverdriet. Enerzijds natuurlijk om de relatie zelf, om mijn levensmaatje en onze gezamenlijke toekomst die uiteenspatte. Liefdesverdriet zoals het in films en popsongs voorkomt. Maar met dat bijltje had ik wel eerder gehakt. Het tweede liefdesverdriet ging over het verlies van de Vrijstaat, een boot waar ik vanaf het allereerste moment dol op ben geweest. Haar lijnen, haar ritme, haar historie, haar robuuste bouw. Jarenlang stak ik energie en tijd in haar, zorgde ik voor haar alsof ze een persoon was. Voor mij ís ze een persoon, en al die roestbehandelingen, verfbeurten en poetssessies waren mijn manier om mijn liefde te betuigen. Dat ik niet alleen van Jelle, maar ook van háár afstand moest doen, maakte dat mijn zeilershart aan stukken lag. En iedereen weet: geen betere remedie tegen een gebroken hart dan een nieuwe liefde.
Dus bezoek ik sindsdien haast obsessief alle botenwebsites van Europa en laat ik iedereen die het horen wil weten dat ik op zoek ben naar een nieuw drijvend thuis. Haar naam heb ik al gekozen: Ataraxía. De oude Grieken beschreven met dit woord een staat van gemoedsrust, vrijheid van zorgen, onverstoorbaarheid of gelijkmoedigheid. Epicurus (341-270 v.C.), een van mijn favoriete filosofen, zag Ataraxía als de sleutel tot een gelukkig leven, en zag eenvoud als een sleutel tot Ataraxía. Maar daarover ongetwijfeld later meer.
Talloze boten komen voorbij: een Contest die al verkocht blijkt, een Moody die te ver weg ligt, een Sadler die te uitgewoond is en een stalen zelfbouwboot in de stijl van Moitessier, waar ik afgaande op de contactadvertentie stapelverliefd op word, maar die tijdens de speeddate in Leros nogal lomp, simpel en slecht verzorgd blijkt te zijn. En dan is er nog een klein, oud en wat onooglijk stalen bootje waarover een kennis me tipt. Volgens de Duitse advertentie is de conditie niet al te best meer, omdat ze al jaren onaangeraakt op de werf in Preveza ligt. De vraagprijs is ruim binnen budget, en de kosten om haar verweerde verfsysteem weer in goede conditie te brengen mag ik van de vraagprijs aftrekken. Omdat ik toch in de buurt ben besluit ik even te gaan kijken, al was het alleen maar naar de buitenkant. Ze blijkt Catalina te heten en het is me al snel duidelijk dat ik, wil ik haar weer in goede staat herstellen, behoorlijk wat tijd en energie in de renovatie moet gaan steken. En omdat het nu juist zomer wordt, en ik mijn tijd en energie nodig heb om geld te verdienen, laat ik haar achter op de werf in Preveza.
De hele zomer vaar ik rond in het Ionische gebied, als flottieljeschipper, charterschipper en privéschipper. Aan het einde van het seizoen kan ik tevreden vaststellen dat ik voldoende budget heb om een bescheiden boot te kopen. Er liggen geschikte kandidaten te koop in Nederland, maar logistiek is kopen in Griekenland veel handiger. Dus stuur ik een mailtje naar de verkoper van de Catalina, dat stalen bootje in Preveza, in Google Translate’s beste Duits. Binnen een half uur heb ik een Engels mailtje terug van de eigenaar: of ik volgende week misschien wil komen kijken? Hij is nu met zijn vrouw op weg naar Griekenland, om na meer dan vijf jaar nu eindelijk die boot eens te verkopen.
Zodoende rij ik op een zonnige donderdag met mijn bevriende havenbuurman Marco naar Ionion marine, gewapend met een hamer, een schroevendraaier en een fototoestel. Voor de boot staat een glimmende camper. Als we naast de camper parkeren komen daar een vriendelijk ogende man met lang, wit haar en een al even vriendelijke ogende vrouw met een heldere oogopslag uit tevoorschijn. Ze stellen zich voor als Manfred en Christiane en schouderophalend gebaren ze naar de boot: “dit is ‘r, ze is er helaas niet zo best aan toe.” Ze vertellen dat ze vanwege de Covidpandemie al jaren niet bij de boot geweest zijn. Dat heeft de nodige gevolgen: binnen hebben ze een wespennest aangetroffen en in het voordek zit een roestgat. Manfred schudt meewarig zijn hoofd: “verwacht er niet te veel van…”.
We beginnen aan de rondleiding. De roestplekjes op de romp zijn mijn aandacht niet waard: daarvan had ik in het voorjaar al vastgesteld dat ze oppervlakkig zijn. Dat de verflaag op de achtersteven is gebarsten is geen wonder: die ligt op het zuiden, dus de UV-straling heeft na al die jaren sporen nagelaten. Ook de slechte plekken aan dek, waar de bevestigingsplaat voor de verstaging zit, is geen nieuws: een kwestie van uitslijpen en een nieuw plaatje laten lassen. Het gat in het voordek is op het eerste gezicht het grootste probleem. Door een ingewaterd schroefgat is het staal rondom de bolder helemaal doorgeroest, zodat je nu rechtstreeks in de ankerkluis kijkt. Ik vraag Marco wat hij ervan denkt, maar die wuift mijn zorgen weg: uitslijpen, plaatje inlassen, probleem opgelost. Tijd om naar het interieur te gaan kijken.
Als ik door het kajuitluik naar binnen stap en de twee, drie treden van de kajuittrap afdaal, waan ik me even een tijdreiziger. Binnen lijkt het alsof de tijd sinds 1976 heeft stilgestaan: donkergroene banken van ribfluweel, oranje gordijntjes tegen een achterwand van kurk, een matrashoes met hutspotkleurige ruitjes, een petroleumlamp aan de muur en radioapparatuur die in het museum niet zou misstaan. Ik kan een glimlach niet onderdrukken: ik heb altijd al een voorliefde gehad voor ouderwets en gedateerd, dus raakt deze tijdscapsule bij mij een gevoelige snaar.
Ik recht mijn rug en strek me tot mijn volle lengte. Mooizo: de kajuit is exact 1 meter 83 hoog en ook de langsbanken doorstaan precies de test. De kooi in de voorpunt laat zelfs nog wat ruimte voor me over om te groeien tot een meter of 2.
Na de eerste indruk is het tijd om de diepte in te gaan. We trekken één voor één alle vloerplaten open en halen alle bilges leeg. Stapels met reservematerialen komen naar boven, totdat uiteindelijk de binnenkant van de romp tevoorschijn komt. Vol verbazing laat ik mijn vinger over het perfect strakke oppervlak glijden: na al die jaren is er vrijwel geen sprake van roest, en onder de paar geoxideerde plekken stuit ik na wat krabben en beitelen al snel op ‘gezond’ staal. En wat nog mooier is: er is geen plek die van binnenuit niet makkelijk te bereiken is, dus inspectie en onderhoud is geen enkel probleem.
Als we ook de motorruimte en de bakskisten hebben bekeken, en de eigenaren me alles hebben verteld wat ze te binnen schiet over de boot, tolt mijn hoofd van de informatie en de klussenlijst die zich in rap tempo vormt. Als we even later met zijn vieren wat zitten te eten bij de taverne om de hoek, vertrouwt Manfred me terloops toe: “Over de prijs worden we het wel eens. Als je voor haar wilt zorgen, hoef ik daar geen geld voor, dan ben ik al blij dat ze een nieuw leven krijgt”. “Dolgraag!”, had ik geantwoord als ik een tikje impulsiever was. “Bedankt, ik wil er nog een nachtje over slapen”, antwoord ik, zoals ik met mezelf had afgesproken. Maar eigenlijk weet ik het allang: de Catalina is mijn Ataraxía. Mijn sleutel tot geluk.
Twee dagen geef ik mezelf de tijd om van gedachten te veranderen, en anderen om me deze boot uit mijn hoofd te praten. In die twee dagen schrijf ik pagina’s vol aan klussenlijsten, materiaallijsten en globale planningen in een nieuw opschrijfboekje waar ik met grote letters “Ataraxía” op schrijf. Marco komt vijf keer per dag aanwaaien met blikken verf, gereedschappen en andere spullen om aan mij en mijn boot te doneren. “Je hebt een popnageltang nodig, en ik heb er drie. En geen furlex op die lijst zetten, want ik heb denk ik nog wel wat voor je liggen.” En wie ik ook bel of spreek, er is niemand die in twijfel trekt dat dit voor mij exact de juiste boot op de juiste plek en het juiste moment is. Dus bel ik na twee dagen Manfred op: Ik doe het!
Aan de andere kant van de lijn volgt een korte stilte, dan een aarzelend “meen je dat?”. Ik weet niet wie van ons blijer is met mijn beslissing. We spreken af om samen een koopcontract op te stellen en dat in Nidri officieel te laten bestempelen bij het gemeentehuis. En omdat er zonder wederzijdse transactie geen sprake kan zijn van een koop, leggen we de prijs vast op €1,-. Tijdens een etentje in Nidri maken we het officieel. Mijn zorgvuldig uitgezochte Griekse euro ruil ik in voor de sleutel van mijn nieuwe boot. Het is een piepklein sleuteltje van een standaard hangslot, maar het is de enige sleutel die ik heb en ik ben er dolblij mee. Het is de sleutel tot een nieuwe boot, een nieuw avontuur, een nieuw thuis. Maar vooral: mijn sleutel tot Ataraxía.

Je verhaal heeft onder liefdesverdriet niet geleden. De nieuwe liefde doet haar werk al. Heel veel plezier en een behouden vaart met Atraxia
Geweldig! Goed gedaan en succes met het opknappen!👍👍
Prachtig!!Succes komende weken in Nederland. En de klustijd erna, ik kijk al uit naar de volgende flessenpost vanuit Nidri!
Mooi verhaal!
Wat heb je weer een prachtig verhaal geschreven, Anne, een genot om te lezen!
Veel geluk met de Ataraxia en succes met de renovatie!
Wauw heel veel succes!!
Wat een prachtig verhaal
Ik wens je heel veel geluk met je nieuwe liefde
Geweldig! Heb een gelijkaardig verhaal, ook in Preveza… 2020…verlaten en moederziel alleen op die gigantische werf… coronatijd, de eigenaar 83 jaar, kon haar niet meer koesteren,… maar heb haar niet gratis gekregen…ze stond daar ook te wachten, en nu brengt ze me overal waar ik het vraag… mijn grootste liefde…La Madrugada…ik heb haar omgetoverd met liefde en toewijding tot een trotse lady met de brede heupen….
Geweldig! Mouwen opstropen en aan de gang zodat er weer snel het ruime sop gekozen kan worden.
Leuk!
Wat een prachtig verhaal
Zo leuk dat ze haar aan jou gunde voor een euro
Snel beginnen met opknappen.
Jammer dat het zover weg is anders had ik je graag wat geholpen .
Als mijn eigen boot klaar is natuurlijk.
Hoop dat er nog veel verhalen gaan komen
Ben nu al fan
Succes met klussen maak er weer een mooi schip van met vriendelijke groet, john
Yep, daar gaat ie dan! Blij te weten dat het gaat gebeuren! Goede reis naar Venetie. Houden contact.
Frans
Van harte gefeliciteerd met de boot. Je kunt hier veel plezier aan gaan beleven en ik kan het weten want wij hadden zelf een Wibo 820 (niet verlengd). Ik spreek begin jaren 80, wij kochten haar op een soortgelijke manier als jij (maar helaas niet voor 1 gulden….) maar de boot stond al jaren als een vastgelopen project (veel meer dan een casco was het niet) bij een aannemer op de wal. Wij hebben haar opgeknapt, een interieur er in gemaakt, motor geplaatst, tuigage er op. Heerlijke boot, van alle Wibo’s zeilt de 820 het beste. Ze blijft een warm plekje in ons hart houden, hoewel we na haar nog diverse andere boten hadden en hebben. We gaan je volgen, erg leuk project, heel veel succes!