“Reven, sukkel!”, roep ik tegen mezelf terwijl ik me vastgrijp aan mijn pasgelakte houtwerk. De wind, die zich van de berghelling op Ithaka naar beneden laat vallen, duwt ons op één oor. Uit alle macht sleur ik aan mijn helmstok -die plotseling aanvoelt als een luciferhoutje– om tegenroer te bieden, want met deze wind blijkt Trixie nogal loefgierig. Ik had het kunnen verwachten, deze valwind, want achter Ithaka waait het eigenlijk altijd, en vaak ook hard. Dat ik toch geen rif gestoken heb komt doordat ik nog nooit aandacht besteed heb aan mijn reefinrichting, en nú dus voor het eerst de daarvoor bestemde blokken op de giek bestudeer.
Zeildrang
Noem het luiheid, gemakzucht of roekeloosheid (ik geef je geen ongelijk), maar de waarheid is dat ik niet meer te houden was. Ik besteedde een tweede winter aan bootklussen: twee grote gaten in het kajuitdak werden gedicht, ik vergrootte de ankerkluis, verving de zalingen en het mastbeslag, legde een nieuwe vloer, maakte een nieuwe buiskap en ging het water uit voor een vlakdiktemeting (waar Trixie met vlag en wimpel voor slaagde). En toen werd het plotseling April, voor de tweede keer dit jaar, ongehoord snel. De Griekse lentezon toverde de zwaluwen tevoorschijn, de bergen kleurden zachtpaars, de bermen geel en roze en het water van de schitterende Ionische zee lonkte naar me in al haar tinten blauw.
Om me heen gooiden mensen de lijnen los op boten die twee weken eerder nog op de werf lagen. Zij veegden het opgehoopte stof met een mouw van het dek, knikten goedkeurend naar hun schilferende houtwerk en hun barsten in de gelcoat, plakten nog snel wat ducttape op een gescheurde naad in de buiskap en gingen de horizon tegemoet. Ik stond intussen mijn interieur met een doekje in de teakolie te zetten en naaide nieuwe gordijntjes voor de finishing touch. De druppel was de bootbuurvrouw, die me kwam vragen of mijn boot al klaar was voor de verkoop. En of ik al een nieuw klusproject op het oog had? Alsof ik in de eerste plaats klusser ben, en geen zeiler!
Losgooien
Diezelfde middag nog ruim ik al mijn gereedschap op, begraaf mijn klussenlijst in het bootarchief, vul diesel- en watertanks en sla de zeilen aan. Die gordijntjes komen later wel, en anders maar niet. De volgende ochtend start ik de motor en begin de lijnen los te gooien: lijkant eerst, motor in z’n vooruit, dan de mooringlijn aan de voorkant. Nét op tijd realiseer ik me dat mijn pasgelakte helmstok nog op de kade ligt te drogen… Toch nog maar even die lijn weer vast!
Niet veel later vaar ik eindelijk toch uit. Het charterseizoen is nog niet begonnen; de eerste vakantievlucht komt volgende week pas aan. Ik heb het rijk alleen en voor het eerst in twee veelbewogen jaren kan ik zorgeloos en tevreden met Trixie rondvaren in dit gebied, dat ik inmiddels ken als mijn broekzak. Een zacht briesje bolt mijn hagelwitte nieuwe grootzeil en mijn vergeelde oude fokje net genoeg om zachtjes naar het zuidoosten te kabbelen. Tegen de tijd dat het licht oranje begint te kleuren laat ik het anker zakken bij het minuscule eilandje Formikoula.
Onderwaterwereld
Het water is hier al even kraakhelder als de hemel en behalve een handjevol zeemeeuwen en een school nieuwsgierige zeebrasems is er hier niemand anders. De zeldzame Mediterrane monniksrob, die hier heel monnik-eigen in zijn eentje op een rots woont, lijkt vandaag niet thuis te zijn. Niets kan me er hiertoe verleiden verder te blijven klussen: vanaf vandaag zijn we weer zeilers.
Het is rustig voorjaarsweer en de Maestro uit het noordwesten, die vooral in de zomer overheerst, slaapt meestal uit tot een uur of één. Steenkoud is het water nog, maar de onderwaterwereld is hier te mooi om niet van dichtbij te bekijken. Niet voor niets is dit eilandje een natuurgebied. Ik pak mijn snorkelspullen en ga op zoek naar onderwaterleven. In het bijzonder speur ik naar schriftbaarsjes, want die houden zich vaak op bij het hol van een octopus, uit op de restjes van de octopusmaaltijd. Ze zijn dus een uitstekende verklikker om deze meesters in camouflage te vinden. Helaas vind ik baars noch octopus, maar wel een kluwen visdraad, gewikkeld om een onderwaterrots. Een halfuur later zit ik met een muts en een kop thee en een bijboot vol visdraad op te warmen in de zon. Toch ook geen slechte score.
Windwaarts
De wind die tegen vijven eindelijk opduikt bepaalt de koers: we varen naar Atokos, een uurtje zeilen van hier. Al zeilend trekt de wind aan, en spinnend van genoegen naderen we niet veel later one house bay. Ik kijk naar de tijd en tuur over de zee: volop wind, volop tijd, dus we laten de baai aan stuurboord en varen verder richting Ithaka.
Ithaka is het eiland van de listige Odysseus, maar staat onder zeilers in dit gebied vooral bekend als het eiland van de wind. En die is al even listig: zodra ik Atokos voorbij ben en Ithaka nader, valt hij helemaal weg. Ik duik onder mijn matras de halfwinder op, en constateer na wat gepruts en gesleur aan de lijnen van mijn nieuwe spinnakerslurf (bedankt Marijke!) dat het écht windkracht 0 is. Er zit niets anders op dan het ijzeren zeil aan te slingeren.
Motorpech (deel 1)
De motor start zonder problemen, maar net als de snelheid naar de vier knopen kruipt geeft hij opeens een paar vermoeide plofjes en weigert verder dienst. Het klinkt als een dieselprobleem, maar de tank zit vol en de filters zijn net vervangen. Met de knijppomp die ik na aankoop meteen in de leiding heb gezet pomp ik de druk in het brandstofsysteem op. Ik start, de motor loopt, maar niet voor lang… van onder mijn nieuwe vloer hoor ik een klein slurpgeluidje dat me niet zint. Een diesellek, dat moet wel. Mooie boel: ik lig precies in het midden van de vaarroute tussen Patras en Italië, dus het is wachten op een veerpont die me nu komt overvaren. Mijn AIS heeft nog geen aangesloten GPS-antenne, dus zendt niets uit. Buiten begint de lucht goud te kleuren en als ik hier niet voor donker weg ben, verander ik in drie kleine lampjes in een lege zee, en is de kans dat die veerpont me ziet nóg kleiner.
Ik pomp opnieuw diesel op en start de motor. Het motorruim blijft open en met de
knijpbal blijf ik hartmassage geven. ‘Staying alive, staying alive!’, neurie ik
vol goede moed, en na elke 15 pompjes spurt ik de kuip in om koers van de
autopilot en ander verkeer in de gaten te houden. Geen veerpont gelukkig, en
terwijl de zon achter Ithaka zakt, zakt mijn anker naar het ivoorkleurige zand voor
het strand van Gidaki. De motor kan uit, het ankerlicht aan, morgen
wordt het noodgedwongen tóch weer klussen.
De volgende ochtend heb ik de lekkende aanvoerleiding bij de tank snel gevonden.
Het is een oude knelkoppeling en ik had ‘m al moeten vervangen, maar dan had ik
nu nog chagrijnig aan de steiger gelegen. Met reinzosil (dieselbestendig) en
flexibele tape smeer ik de boel provisorisch dicht. Als de boel droog is vaar
ik naar Vathi, om de hoek. Het is een eindje van niks, maar genoeg om me het
vertrouwen te geven dat de reparatie werkt.
Eiland van de wind
Als ik een dag later weer uitvaar begint de wind net over de heuvels de baai in te blazen. Ik laat de motor voor wat het is, hijs het zeil en ga ankerop. Als de wind me de smalle ingang van de baai ziet uitvaren werpt hij zichzelf lachend heuvelafwaarts. Wat ik gisteren zo nodig had, krijg ik nu met rente op me afgestuurd.
Zo komt het dus dat ik met teveel wind ongereefd achter Ithaka vaar, tegen beter weten in. Ik grijp een paar sterke lijnen uit mijn nieuwe lijnenzak, sjor de giek midscheeps om bij de blokken te kunnen en leg Trixie met de kop scherp aan de wind. Het is onhandig improviseren, maar niet veel later staat het grootzeil met een ietwat slordig dubbel rif. Niet slecht voor een ad-hocoplossing!
Ik haal de schoten aan en Trixie gaat er vandoor als een vaars die na een lange winter eindelijk naar buiten mag. De wind trekt verder aan, grote witte schuimkoppen stormen op ons af en ik stuur op de hand, om de autopilot te sparen en de kracht van wind, zee en boot zelf te voelen. Waarom heb ik voor mijn nieuwe zeil niet gekozen voor een derde rif?
Vrouwen met baarden
Angst… mijn hartslag stijgt en mijn geest probeert zich uit alle macht te concentreren op alles tegelijk. Zit de verstaging goed vast? Deugt mijn roerinrichting wel? Zijn de afsluiters dicht, zit de watertank vast, staan de accu’s wel veilig, komt de giek niet los, is mijn lifeline nog goed, is de bilgepomp niet stuk, kan mijn helmstok dit aan, schiet mijn gasfles niet los? Kortom: was het hoogmoed dat ik mijn eigen boot zelf wilde opknappen, of was het hoogmoed dat ik ben uitgevaren zonder gordijntjes, en word ik daarvoor nu gestraft?
Ik ken maar één remedie tegen angst en getob, en daarom sta ik even later luidkeels zeemensliederen te zingen in de kuip: “Al die willen te kaap’ren varen moeten vrouwen met baarden zijn!”. Trixie neuriet zachtjes mee: ze helt wat over, loeft op bij een windvlaag, valt af op een golftop, maar is -als ik haar beter bestudeer- duidelijk niet onder de indruk. De zwakste schakel ben ikzelf, en ik heb nog een hoop te leren.
Als we Atokos voorbij zijn varen we ruime wind verder, terwijl de wind wat afneemt. Het is schitterend zeilen, en ik schakel over op liefdesliedjes. Met 6 knopen zeilen we uitgelaten het haventje van Kastos tegemoet. Motor aan, zeilen naar beneden, even een rondje verkennen. Het dorpje lijkt uitgestorven en aan de kade ligt alleen een veerpontje langszij. Ruimte om aan te leggen is er wel, maar ik zal in mijn eentje zowel het anker als de lijnen achter moeten doen, terwijl er een stevige zijwind staat. In dit geval moet alles in één keer goed gaan. Ik overweeg mijn opties: zal ik dapper zijn, of voor de veilige optie kiezen? Het was een lange en enerverende dag, voor vandaag misschien genoeg hoogmoed. Ik vaar de haven weer uit en ga even verderop bij een strandje voor anker.
Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:"Table Normal"; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-priority:99; mso-style-parent:""; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin-top:0cm; mso-para-margin-right:0cm; mso-para-margin-bottom:8.0pt; mso-para-margin-left:0cm; mso-pagination:widow-orphan; text-autospace:ideograph-other; font-size:11.0pt; font-family:"Calibri",sans-serif; mso-bidi-font-family:Arial; mso-font-kerning:1.5pt; mso-fareast-language:EN-US;}
Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:"Table Normal"; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-priority:99; mso-style-parent:""; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin-top:0cm; mso-para-margin-right:0cm; mso-para-margin-bottom:8.0pt; mso-para-margin-left:0cm; mso-pagination:widow-orphan; text-autospace:ideograph-other; font-size:11.0pt; font-family:"Calibri",sans-serif; mso-bidi-font-family:Arial; mso-font-kerning:1.5pt; mso-fareast-language:EN-US;}
Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE
Motorpech (deel 2)
Als we stilliggen ruik ik plotseling de geur van verbrand rubber. Snel duik ik naar binnen: grijze rook kringelt langs de randen van het motorluik naar buiten. Snel haal ik de kajuittrap weg en open het motorruim. Als de rook is weggetrokken zie ik dat de bilge vol met water staat. Voorzichtig reik ik langs de gloeiendhete motor en jawel: de koelwaterslang is van het motorblok afgetrild. Lang kan hij gelukkig niet droog hebben gelopen: tussen binnenvaren en voor anker liggen zat hooguit een halfuur.
De volgende ochtend is de motor afgekoeld en loop ik het systeem na. Ik spoel de waterleidingen door en inspecteer de impeller op afgebroken bladen. Op het eerste gezicht is er niks stuk, maar toch komt er na het starten geen water uit de uitlaat. Ik duik in mijn voorraden een vervangende impeller op en pas als ik de oude eruit heb zie ik het: het rubber is van de aandrijfas losgeraakt. Geen wonder dat die niks meer doet. Met de nieuwe impeller én de koelslang op z’n plek is het probleem voorlopig verholpen.
Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:"Table Normal"; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-priority:99; mso-style-parent:""; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin-top:0cm; mso-para-margin-right:0cm; mso-para-margin-bottom:8.0pt; mso-para-margin-left:0cm; mso-pagination:widow-orphan; text-autospace:ideograph-other; font-size:11.0pt; font-family:"Calibri",sans-serif; mso-bidi-font-family:Arial; mso-font-kerning:1.5pt; mso-fareast-language:EN-US;}
Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:"Table Normal"; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-priority:99; mso-style-parent:""; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin-top:0cm; mso-para-margin-right:0cm; mso-para-margin-bottom:8.0pt; mso-para-margin-left:0cm; mso-pagination:widow-orphan; text-autospace:ideograph-other; font-size:11.0pt; font-family:"Calibri",sans-serif; mso-bidi-font-family:Arial; mso-font-kerning:1.5pt; mso-fareast-language:EN-US;}
Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE
Geluk zit in een klein buitje
Vanuit Kastos zet ik koers terug naar Nidri. Een ruimhartige wind blaast ons de goede kant op en deze keer sta ik luidkeels te zingen van geluk. De zon schijnt, ik lig languit in mijn ondergoed op het voordek te kijken naar hoe mijn bootje door de wereld vaart. We draaien langs Mytika aan het vasteland, de hoek om richting Meganisi. Een verdacht uitziend wolkje komt mijn kant op, in de verte zie ik Nidri onder een grote regenbui verdwijnen. Ik knik bedachtzaam: toch maar even reven.
Als het rif op z’n plek zit (netjes deze keer) heb ik nog nét twee tellen om m’n jas te grijpen voordat de stortbui losbarst. Ik moet eruitzien als een volslagen idioot: in onderbroek en regenjas, schaterlachend om het water dat in een zilveren waas op het dek neerklettert en de perfecte regenboog die er boven Mytika verschijnt. Als de bui voorbij is worden we beloond met ideale wind om terug naar Nidri te varen. Toch maar even een pitstop voor een nieuwe impeller, brandstofleiding en GPS-antenne…. Maar die gordijntjes komen later wel!

Mooi!
Wat heerlijk om weer een verhaal van jouw pen te mogen lezen. Je bent echt een geweldig goede schrijver (en zeiler, en klusser)!
Ik herken wat je schrijft. En je schrijft goed. Waarom houdt het klussen aan een zeilboot nooit op? Vooral, wat als je niet inventief (genoeg) bent om de problemen op te lossen terwijl je vaart? Ik lees met plezier je verhalen.
Flessenpost – elke keer weer leuk te ontvangen! Het leest altijd zo lekker weg…
YES! Mooie humor weer, tx
Hartstikke leuk om weer iets van je te lezen en heel fijn dat je eindelijk kan gaan genieten!
Goed gedaan en weergegeven
Jouw tocht leest als een thriller.
Wat kun jij veel. Gelukkig goede afloop.
Gaaf hoor