De zoveelste Ionische zomer gaat voorbij in een kleurrijke stoet charter- en privéboten, al is de enige écht kleurrijke boot tussen alle overwegend witte plasticpaleizen mijn eigen rood-met-blauw geverfde notendopje. Ze ligt bij mijn afwezigheid geduldig te wachten achter anker in de baai van Vlicho, waar ik tussen de klussen door mijn sociale batterij oplaad in de stilte van mijn stalen cocon. “Geen zorgen”, vertel ik haar, “als de winter komt gaan we samen de hort op”. Maar de zomer is lang en ook het voor- en najaar hebben veel moois voor me in petto. Ik vaar samen met de eigenaren een boot van Preveza naar Slovenië, waar ze op transport naar Nederland gaat. In Noorwegen vaar ik een week als schipper met Cherokee, en aansluitend als crew via Schotland naar Nederland. Daarna volgt een wandelvakantie met ‘mamá mou’ op de Peloponnesos, en tot slot een korte klus op een prachtboot van de Cycladen naar de Dodekanesos.
Afronden... toch?
Het wordt november voordat mijn laatste zeilklus erop zit, en zodra ik terug ben ga ik aan de slag met de twee laatste scheepsklussen die -voordat ik uit kan varen- écht moeten gebeuren. Het roerblad van de windvaansturing moet worden afgewerkt, en de rolfokinstallatie die in delen op de kant ligt moet met een nieuwe voorstag worden geïnstalleerd. Voor beide systemen geldt dat ik geen ruimte aan boord heb om ze mee te nemen als ik ze niet installeer waar ze horen.
Omdat het weer niet meezit, duurt het langer dan gepland, maar het komt uiteindelijk af. Als ik naar de steiger vaar om alles daar te installeren, valt me echter op dat de koelwaterpomp van mijn motor voor de tiende keer is gaan lekken, deze keer langs de as. Ik kan het ding inmiddels met mijn ogen dicht demonteren en stel al snel vast dat er slijtage is ontstaan waar de as in het pomphuis loopt.
De enige monteur op Lefkas die dit op kan lossen, heeft een motorongeluk gehad en kan zijn schouder niet gebruiken. Dus gaat de pomp met mijn vriend Marco mee naar Italië, om hem daar te laten repareren. Als noodoplossing zet ik een elektrische impellerpomp naast de motor, met een schakelaar op het motorpaneel. Zo heb ik een koelwaterpomp op reserve. En nu ik dan toch in het motorruim aan het werk ben, besluit ik om het waterslot van mijn uitlaat te vervangen. Dat is door de jaren heen gaan roesten en spuwt hoe langer hoe meer roestig water het ruim in. Het nieuwe onderdeel is snel geleverd, en ik vervang ook meteen de uitlaatslang. Maar terwijl ik het zooitje zit te monteren, breekt het rubber van de uitlaat-doorvoer af. Dát onderdeel blijkt helaas níet leverbaar, en omdat het bijna kerst is wordt het wachten tot Januari…
Wintertijd
Het is misschien maar goed dat het intussen écht winter is geworden en het bijna onophoudelijk regent. Al zou mijn boot nu ‘af’ zijn, dan nog had ik niet willen uitvaren. Een buitje kan geen kwaad, maar dit zijn muren van water waar mijn boot als onderzeeër dienst zou doen. Gelukkig ligt mijn baai vol met lotgenoten, die allemaal van de nood een deugd maken en het regenachtige weer gebruiken om elektra te herzien, gordijntjes te naaien en op droge dagen vooral veel raampartijen opnieuw te kitten. Regelmatig komen we samen, als het weer het toelaat tijdens de wekelijkse barbecue, en anders aan boord bij iemand met een tikkie meer ruimte dan ik. We delen grote pannen soep, de beste muziek, flessen wijn en sterke verhalen, en helpen elkaar waar nodig een handje met het bootwerk.
Als ik op een vroege morgen na zo’n avond met één ouzo te veel achter de kiezen en een zich aankondigende migraine in mijn bed lig terwijl de hagelbuien overtrekken, vertelt mijn richtingsgevoel me opeens dat er iets niet klopt. Als ik zo goed en zo kwaad als het gaat opsta een mijn kop uit het kajuitluik steek, zie ik dat ik opeens langszij aan de steiger lig. Dat hoort niet: ik lag aan een mooringlijn met de boeg naar voren. Blijkbaar is het mooringblok aan de wandel gegaan. Ik ben meteen wakker en nuchter en sleur met alle kracht die ik kan opbrengen mijn boot weer op zijn plek aan de boot die naast me ligt, terwijl de hagel me om de oren slaat.Toch fijn, zo’n manoeuvreerbaar bootje…
Afronden!
De laatste onderdelen neem ik mee uit Nederland, nadat ik me tijdens de kerstdagen bij mijn familie heb gevoegd. Als ook Marco terug is met mijn gereviseerde waterpomp stroop ik -zo hoop ik- nog één keer de mouwen op om alles te monteren.
En dan is Trixie opeens -soort van- klaar, met een motorsysteem dat geen zeewater lekt, een soepel lopende windvaansturing en een rolfoksysteem dat alleen nog wacht op een passend zeil. Én natuurlijk met een werkend toilet, lekvrije ramen, een sterk tuig, een gereviseerd boordnet, nieuwe bekleding, een buiskap, een verse verflaag, een nieuw grootzeil en al die andere aanpassingen die haar de afgelopen winters weer dichter bij een vaarklaar scheepje hebben gemaakt.
Testvaart
Alsof de wereld (‘het Al’) ermee instemt is het plots het meest stralende winterweer dat we hier in de Ionische Zee in tijden zagen. Bij wijze van testvaart zet ik koers naar Mytika, een mijl of twaalf oostwaarts en normaal gesproken een paar uur varen. De wind staat goed en bolt mijn zeilen terwijl de windvaansturing -zij het ietwat aarzelend- haar werk doet. Toch blijft de snelheid koppig steken op drieënhalve knoop, terwijl ik voorheen bij goede wind toch echt de vijf wel haalde. Als ik de ankerplaats op motor lijkt ook het toerental begrensd te zijn. Het is geen raadsel waar dat aan ligt: na al die maanden in een ondiepe baai hangt er een ware botanische tuin aan het onderwaterschip van Trixie.
In de dagen daarop is het kalm en zonnig weer, dus trotseer ik het koude winterwater met een steekmes in de aanslag. Waldemar, één van de bootburen uit Nidri die deze week met me opvaart, komt gelukkig helpen. Samen schrapen we het koraalrif van mijn kiel, en de dag daarop geven we de coppercoat op zijn catamaran een goede poetsbeurt. Gelukkig zijn er in Mytika ook in de winter genoeg café’s om na afloop weer op te warmen.
Terugblik
In één van die café’s zit ik ’s morgens met een kop koffie uit te kijken over zee: op de voorgrond mijn bootje, in de verte de rook van Nidri, waar ik de afgelopen drie jaar van een onervaren zeiler veranderde in een onervaren klusser. Onervaren, want terwijl ik heel veel leerde, leerde ik vooral ook hoeveel er nog te leren valt. Maar hoewel ik als ik naar Trixie kijk nog steeds veel imperfecties zie, overheerst toch het enorme plezier dat ik heb als ik haar zo dapper aan haar anker in het blauwe water zie liggen, klaar voor een nieuw avontuur. Ik weet haast zeker dat ik nog wel eens een andere boot vind om op te knappen, maar dat is voor later: nu lonkt de zee, en kan ik niet wachten om met Trixie eindelijk een lang eind te gaan varen.
Voorjaarskriebels
Het is februari, maar dat is aan niets te merken: vooruit, er trekken zo nu en dan buien over die de wind doen tollen als een niet-werkend elektronisch scheepskompas, maar dat brengt ook de onmiskenbare geur van ontluikend groen leven uit de bodem naar boven. Het kan niet lang meer duren voor de zwaluwen met de Scirocco (hun trein naar het noorden) uit Afrika terugkeren. Een groepje sternen duikt met feilloze precisie naar onvermoede visjes onder het inktblauwe wateroppervlak, hun witte verenkleed geraffineerd afgestemd op de zonbeschenen cumulus boven Kalamos. En terwijl ik dit levensgeluk om me heen sla als een warme deken en de geur van voorjaar in me opsnuif duikt vanuit de blauwe diepte een donkergrijs silhouet op van een weldoorvoede dolfijn, die een paar zonnegroeten ten beste geeft op weg naar de horizon. Alsof ze zeggen wil: “het is lente, Trixie, ga je mee?”

ha, hier Jorrit aka Typemismatch van de Ranchorelaxo! Wat leuk om te zien, dat je voor een eigen leven hebt gekozen, zoals jij het graag wil leven. Ik vind het dapper en sterk van je, en aan de fotos te zien, doe jij echt je ding zoals jij het wil. Groeten uit Groningen, Jorrit