Cirkeltje rond

Naar het zuiden

 

Het is inmiddels maart geworden en Trixie is na een uitvoerige poetsbeurt van het onderwaterschip eindelijk klaar om onder de rook van het veilige Nidri uit te varen. Vol verwachting tuur ik naar de weerberichten op zoek naar een gaatje om naar het zuiden te varen. De weerberichten zijn glashelder: een sterke zuidenwind heeft het gebied in zijn greep, en van naar het zuiden varen met een bootje als het mijne kan geen sprake zijn. Maar ik ben niet meer te houden, dus in Nidri blijven is ook geen optie. Ik sla mijn zeilen aan, tank diesel en water en vertrek richting het noorden, door het kanaal van Lefkas heen richting Preveza. De ambrakische golf ligt op een korte dagafstand varen en is relatief beschut tegen zuidenwind.

Klaar om te gaan
Rondje Vonitsa

Een kleine week kijk ik hier rond: ik maak een wandeling langs het kasteel van Vonitsa, zoek schelpen op het strand bij Koronisia en bewonder de flamingo’s en pelikanen in de aangrenzende lagune. Boven de horizon zweven de besneeuwde toppen van het gebergte daarachter. Op een paar luidruchtige vogels na is het hier oorverdovend stil, en de diepe rust die over deze waterplas ligt heeft onherroepelijk ook effect op mij. Zelfs de dolfijnen die met me meezwemmen terwijl ik rustig naar de overkant kabbel lijken me te willen zeggen dat haast niet bestaat.

Als de zuidenwind aantrekt verschans ik me in Vonitsa aan de kade. De lucht is grauw, de wind venijnig en ik voel me ongedurig. Het is hier mooi, ik zou een lange wandeling kunnen maken, maar ik kan alleen nog denken aan de zee. ‘Sciroccata’, de Italianen hebben een woord voor de waanzin die mensen in hun greep houdt als de zuidenwind waait.

Verbeten stort ik me op de falende elektronica aan boord: het elektronisch scheepskompas heeft me al heel wat hoofdbrekens gekost, omdat precieze documentatie ontbreekt en er steeds een ander onderdeel van het circuit kapot lijkt. De gever zou moeten werken, die heb ik bij een enthousiaste hobbyist laten testen. De pinout van de 5-aderige kabel heb ik na eindeloos uitproberen vast weten te stellen. Dus trek ik nog maar eens een nieuwe kabel door de mast en soldeer ik opnieuw alle 5-pins-connectoren in de -bij de derde poging- juiste volgorde. Het mag voor de twintigste keer niet baten. Uiteindelijk trek ik een massieve 5-aderige kabel door de mast, die ik rechtstreeks vastsoldeer aan de kabel beneden dek. Ik heb er een hard hoofd in, maar zowaar! Het wijzertje slaat uit en wijst grofweg de kompaskoers aan waar we met de boeg naartoe wijzen. Na 2 jaar is het dan toch gelukt!
Ook soldeer ik wat draadjes in mijn AIS op een andere manier vast, omdat de interne splitter defect is. Met een tweede VHF-antenne en een kleine bypass in het apparaat bespaar ik mezelf de aanschaf van een nieuwe, en dat scheelt behoorlijk in de scheepskas. Ik stel tevreden vast dat mijn bereik voor zenden en ontvangen meteen een stuk beter is.

Uitpluizen
5 aders, 7 pins
Zuidwaarts

Eindelijk is het dan zover: de wind draait naar het noorden en legt de weg naar Pylos open. Ik zet de wekker vroeg en net als de wind in de haven van Vonitsa voldoende aantrekt om te zeilen, vaar ik de havenkom uit. Zeilen omhoog, windvaan aan: we koersen naar het noorden, om het eilandje aan bakboord te ronden. Het is mooi zeilen, al komt de wind net wat westelijker dan ik had gehoopt. Het is opkruisen naar Preveza, maar we hebben de tijd… Met stroom mee varen we langs de stadskade en ik knik nog even vriendelijk naar bakboord, waar de werf ligt waar ik Trixie in een vorig leven voor één euro kocht.

 

Vanuit Preveza gaat een smalle vaargeul naar zee, naar het west-zuidwesten. De wind is inmiddels aangetrokken en draait om de landtong heen, zodat ik hem precies op de neus heb. Hoge, korte golven komen ons tegemoet en de stroming zet ons naar het zuiden, waardoor er geen sprake van is dat we zeilend de geul door kunnen. De motor gaat aan, de fok laat ik waaien: op dit moment kan ik niet naar voren om hem te strijken, omdat ik aan de helmstok nodig ben. Hoewel hij op volle toeren draait, kan mijn bescheiden ééncilinder tegen wind en stroming ook niet veel beginnen. Ingespannen kijk ik naar de tonnen: héél langzaam zie ik de horizon erachter de goede kant op bewegen. Met een snelheid van een halve knoop halen we het nét, tot we voorbij de ondiepte aan bakboord zijn en richting Lefkas kunnen koersen.

 

Ik steek een tweede rif, zwalkend over dek met deze deining. Ik moet wel, want Trixie wordt met sterke wind al gauw loefgierig. Gelukkig krijg ik zo langzamerhand handigheid aan boord, en ontstaat er zowaar een systeem en een routine. De wilde zee ten spijt zit ik na het reven kalm en tevreden in de kuip te kijken naar hoe mijn bootje eindelijk zuidwaarts vaart. Dat was de eerste keer dat ik moest reven wel anders!

Nog één keer Nidri

Na een lunch achter anker in de kleine havenkom gaat de brug van Lefkas open. Twee uur later vaar ik voorlopig voor de laatste keer de baai van Nidri binnen. Ik heb een plekje aan de steiger, zodat ik water kan tanken en makkelijk van boord kan. Hoeft de dinghy ten minste niet van dek!
De volgende dag ga ik ’s ochtends bij Lisa en Peter langs. Lieve Zweedse vrienden die hun boot op de werf hebben staan, en hun elektrisch systeem met mijn hulp opwaarderen naar een maatje groter.

Foto: Peter Zarins

Terwijl ik in mijn t-shirt kabels sta te strippen trekt er plotseling een bui over. De windmeter slaat uit naar boven de 30 knopen, en ik ben wel blij dat ik vanmorgen nog niet uitgevaren ben. Ik kijk nog eens naar de weerberichten: vandaag buiig en onstuimig, morgen staat er een stabiele oostenwind, daarmee kom ik ook wel in het zuiden. Nog één dag langer in Nidri moet kunnen, toch?

De volgende ochtend is het eindelijk zover. Vroeger dan anders word ik wakker en een blik op de windvaan leert me dat er, zoals afgesproken met Erwin Kroll, een oostenwindje staat. Ongeduldig spoel ik mijn ontbijt naar binnen met een grote kop koffie. Het weervenster duurt drie dagen, dus moet de gemiddelde dagafstand 40 mijl zijn. Lopen we gemiddeld 4 knopen, dan is het 10 uur varen. Tijd om te gaan!

Voorlopig afscheid

Ik start de motor en stel tevreden vast dat de koelwaterpomp nog steeds lekvrij zijn werk doet en de uitlaat gezellig sputtert. Dan gaan de lijnen los. Ik laat de boot langzaam richting Vlicho varen terwijl ik de lijnen en de stootwillen opberg en de huik van het grootzeil haal. Dan laat ik de scheepshoorn schallen door de stille ochtend. Op de werf gaat een kajuitluik open en de gestalte van Marco verschijnt aan boord van zijn stalen schoener die hij de afgelopen jaren een nieuw leven heeft gegeven. Het is zijn achtentwintigste schip en hij geeft haar alle liefde en aandacht die ze nodig heeft.

Marco's schoener

Van Marco heb ik de afgelopen jaren zo’n beetje alles geleerd wat ik moest weten over boten. Als het me soms droef te moede werd omdat ik weer eens vastliep in mijn uitdijende klussenlijst was hij er om te zeggen: “don’t worry, it’s easy, we can fix it in ten minutes!”. Dat die tien minuten bij mij meestal tien uur werden, deed er niet toe: ik had baat bij zijn goede moed. Toen mijn interieur van voor tot achter overhoop lag, de kombuis bedolven onder de gereedschappen en het schuurstof, kookte hij bij hem aan boord voor twee. Mijn vuurtoren op een donkere zee: zonder hem had ik hier waarschijnlijk niet gevaren. Met tranen in mijn ogen zwaai ik hem uit. ‘Kalo Taxidi!’ hoor ik hem roepen. Het is geen afscheid; eind Mei ben ik hier terug om te werken, maar toch voelt het alsof ik een belangrijk hoofdstuk afsluit.

Ik vaar uit en hijs de zeilen. Er staat goede wind, en als ik de luwte en de kruisdeining bij Meganisi voorbij ben bollen de zeilen over stuurboord. De oostenwind bouwt snel op, dus zet ik een dubbel rif en verruil op het voordek de genua voor de fok. Met de wind een tikkeltje zuid is Poros de meest geschikte bestemming voor vandaag, aan de oostkust van Kefalonia. Het is niet makkelijk om de boot goed op koers te houden; Trixie is en blijft loefgierig, al krijg ik haar wel steeds beter in balans. Mooi zeilen is het wel, en als we deze snelheid aan kunnen houden komen we ruimschoots voor het donker aan.

Sleutelen op zee

Toch valt niet heel veel later de wind weg. Ik tuur naar de horizon: geen zicht op verbetering, dus gaat toch maar de motor aan. Liever motor ik geen lange einden, maar eindeloos wachten op wind brengt me ook nergens. Ik neem de walmen en het gebonk van mijn kleine diesel dus maar voor lief: ik ben toch blij dat ik ‘m heb!

Vera

Opeens valt het me op dat er beweging zit in de windvaansturing (die ik ‘Vera’ heb genoemd) die daar niet hoort. Als ik beter kijk zie ik dat de bouten die haar aan de romp bevestigen aan het lostrillen zijn. Gelukkig zie ik het op tijd: ik zou Vera niet graag naar de zeebodem zien verdwijnen. Snel duik ik mijn steeksleutelset op. Als ik met één arm overboord ga hangen kan ik nét bij de buitenste bout, terwijl ik met mijn andere hand en een lange sleutel nét de moer aan de binnenkant kan bereiken. Ik zet de boel zo stevig vast als ik kan, en noteer een nieuw klusje op mijn lijstje. Niet alleen moet ik de moer beter borgen, bij nader inzien kan de bout ook wel een slagje groter. Ten slotte komt er behoorlijk wat kracht op het systeem te staan!

Toch nog wind

Terwijl we Poros naderen en ik me buig over de beste plek om te gaan liggen als er deining staat, steekt er opeens een zachte wind op… vanuit het zuidwesten! We hebben hem dus pal tegen. Ik hijs de genua en verleg koers naar het zuidoosten: liever zeilend de verkeerde kant op, dan tegen de wind in motoren de haven in. Maar het stelt me wel voor een dilemma: de zon beweegt zich merkbaar richting horizon en als ik rustig naar het zuiden blijf kabbelen is daar voorlopig geen andere geschikte haven die ik aan kan lopen. Ik hoop nog steeds de voorspelde oostenwind tegen te komen, maar zie daarvan geen spoor. Als ik nu de nacht in vaar en geen wind tref, is het een lang eind motoren naar een volgende haven. Maar als ik nu naar Poros vaar, heb ik morgen kans op windstilte. Veel wind is er in elk geval niet voorspeld.

Op goed geluk vaar ik toch maar verder, eigenlijk vooral omdat ik veel zin heb in een nacht doorvaren, en weinig zin heb om aan te leggen in Poros. Nu mijn windvaan weer stevig vastzit en de AIS het doet, is er niets dat me tegenhoudt. Ik werp de zon een kushandje toe voordat ze achter Kefalonia verdwijnt: tot morgenochtend! Voor het echt donker wordt wissel ik de genua in voor de fok: mocht die oostenwind toch komen, dan zit ik liever niet in het donker op het dek met te veel wind zeil te wisselen.

Het duurt niet lang of hij duikt inderdaad op. Binnen een halfuur staan de zeilen over stuurboord en sjor ik in het laatste avondlicht een rif in het grootzeil. Niet heel veel later sta ik met een hoofdlamp op een tweede rif te sjorren: de wind is aangetrokken en de windvaan heeft moeite koers te houden. Uiteindelijk zet ik zelfs het derde rif, dat ik deze winter in het zeil heb laten zetten. Eigenlijk zou ik ook de fok moeten vervangen voor een kleiner exemplaar, maar dat is een hele operatie in het donker op een bokkend voordek. Ik laat het zitten: de wind zal straks wel afnemen.

Nachtzeilen

Gelukkig kloppen mijn voorspellingen, en tegen de tijd dat ik slaap begin te krijgen kan ik terug naar een enkel gereefd grootzeil. Nu lopen we mooi stabiel naar het zuiden, en behalve het verkeer heeft de boot weinig aandacht nodig. Ik klap de rugleuningen van mijn interieur aan stuurboord naar boven, pak mijn donsslaapzak en mijn wollen deken en kruip tevreden op de langsbank. Elke 15 minuten zet ik een wekker: even kijken of de koers nog goed is en er geen ander verkeer vaart. Gelukkig is het rustig op zee en kan ik zonder zorgen doorvaren.

Ik ben er zelf verbaasd over: probleemloos laat de nacht zich verdelen in een eindeloze hoeveelheid hazenslaapjes, zonder dat ik wakker lig van zorgen, stress of onrust. Ik heb vertrouwen in mijn boot, die zachtjes door de nacht vaart, ik voel me warm, veilig en comfortabel. Alles wat ik heb is aan boord, en dat is alles wat ik nodig heb en meer ook niet. Wat zei Epicurus ook alweer over menselijk geluk?

Geluk zit 'm in.... zingen

Tegen de ochtend schud ik het laatste rif uit het zeil: de wind zakt nu echt in. Met een kop koffie in mijn hand, een muts op en een warme deken om mijn schouders kijk ik in de kuip naar de opkomende zon. “Welkom terug!!” roep ik haar toe, alsof ze in haar temporele en ruimtelijke uitgestrektheid net zo naar mijn kleine blauwe bootje heeft zitten uitkijken als ik naar haar.

Als de zon en mijn koffie op zijn kruip ik nog even in mijn kooi. Diep gelukkig lig ik te luisteren naar het geluid van de zee die langs mijn stalen romp stroomt. Of stromen wij langs zee? Hoe dan ook, ik heb dat geluid gemist, want een polyester boot zingt toch een ander lied. Staal galmt mooi, als een pauk of beter gezegd als een steel drum. Terug in de kuip zingen Trixie en ik een duet: zij zacht en zuiver, ik luidkeels en vals. Het klinkt voor geen meter, maar we hebben wel plezier. Wat mij betreft hoeven we niet naar Pylos, en varen we eindeloos door zolang de wind dat toelaat.

Weer windstil

Maar de wind geeft er de brui aan, dus gaat de motor aan. We zijn niet ver meer van Katakolon, waar vrienden van me met hun boot liggen. Nikola kocht een jaar of anderhalf geleden de zevenentwintigste boot van Marco, en is sindsdien niet meer van boord te slaan. Haar partner Jan vaart regelmatig een eind met haar mee. Het zijn fijne mensen die de charme van een kleine boot net als ik hebben omarmd, en graag in alle eenvoud van het leven genieten. Ik heb zin om ze te zien.

Aeolus heeft blijkbaar zin in een lolletje, want opnieuw begint de wind opeens precies vanuit de beoogde haven te waaien. Ik sta dus weer voor de keus: Tegen de wind in naar de haven motoren, of doorzeilen naar het zuiden? De keus is snel gemaakt: we varen door. Met een beetje geluk varen Niko en Jan door naar Pylos en zie ik ze daar.

Het wordt een lange luie zeildag, maar nadat we nog een uur of twee hebben rondgedreven in absolute windstilte blaast Aeolus genadig een zacht briesje uit het noordwesten voor ons aan. We varen ruime wind over een vlakke zee, de boot ligt zo stabiel dat ik haast een potje zou kunnen knikkeren aan boord. Hard gaan we niet, maar Trixie schrijdt statig naar het zuiden alsof ze Beatrixie heet. Ik nestel me met een boek op het voordek: Vera doet haar werk wel, ik ben op dit moment overbodig.

Pylos

De wind trekt aan als we Pylos naderen en na wat uitproberen blijkt melkmeisje, met de fok aan stuurboord en het grootzeil met een preventer aan bakboord, de beste keuze. Terwijl de zon ondergaat in een scharlakenrode hemel ontwaar ik de contouren van het kasteel van Pylos. Even later zie ik het lichtbaken dat de ingang van de baai markeert opdoemen, en daarachter de groene lichten van de havenaanloop. Boven me de lichten van een glasheldere sterrenhemel.

Langzaam vaar ik de haven in tot ik vanaf de kade een hoofdlamp op me gericht zie. Dat is Waldemar, die, behulpzaam als altijd, me mijn aankomst makkelijk maakt door alvast een plekje in de haven voor me uit te zoeken, een pan soep te koken en het bier koud te zetten. Nog zo’n zeilersvriend uit Nidri die ik blij ben terug te zien.

De cirkel is rond

Het is drie jaar geleden minus twee weken dat ik ook in Pylos aankwam, toen welkom geheten door Matty en Ron. Ook kleine-bootjes-mensen van het goede soort, die inmiddels op Samos een huis hebben gekocht en hun (prachtige) bootje te koop hebben staan. 

Ik had toen niet vermoed dat ik hier binnen een paar weken tijd afscheid zou moeten nemen van mijn scheepskat Leo, mijn geliefde en stuurman Jelle en uiteindelijk ook van de Vrijstaat, de boot waarmee ik vanuit Nederland naar Pylos was gekomen. Hier begon toen de zoektocht naar een eigen boot, om verder de wereld mee in te varen. En hier lig ik nu, zonder scheepskat, zonder stuurman, maar mét boot, helemaal klaar om de wereld in te gaan. De cirkel is rond!

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang nieuwe flessenpost in je mailbox

9 thoughts on “Cirkeltje rond”

  1. Wow wat een verhaal, een heel boek, een film.
    Prachtig. Fijn dat je goed bent overgekomen, was zelfs nog even spannend.
    Gr chantal

  2. Wat ben je toch een mooi mens. Dapper ook! Ik lees je verhalen iedere keer weer met bewondering en veel plezier. Je laat ons echt met je mee genieten. Lieve groeten uit Belgie xx

  3. Pauline bosland

    Wat super fijn geschreven alsof ik met je mee zeil. Zelf in jouw omgeving drie maal gezeild waaronder twee keer vanuit korfoe naar antalya, boten wegbrengen voor OCC . Ik blijf je volgen en een behouden vaart

  4. Frans en Wies

    Wat een fantastisch avontuur, Anne. We volgen je nog steeds, na jullie bezoek aan Portimao en je hulp bij het maken van een bootpaspoort!
    Geweldig dat je dit in je eentje allemaal voor elkaar hebt gekregen.
    Geniet (maar dat doe je zo te lezen) en maak er weer een mooie zomer van!

  5. Ontzettend leuk om te lezen, alsof ik er weer ben. Nog 5 weken geduld en dan mag ik daar ook weer een week zeilen. Veel te kort maar beter dan helemaal niet 😉

  6. I love your ”Flessenpost” 💖 You have a great way of using words…like a painter.
    Take care dear friend 💙💙💙💙

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *