De vloek van Pylos

Vrijhaven Pylos

Amper ben ik in Pylos aangekomen of ik wil alweer vertrekken. Niets ten nadele van de ontvangst in Pylos: het is echt een mooi Grieks plaatsje, met een gezellig dorpsplein in de schaduw van oude platanen en een kasteel op de heuvel dat in dit jaargetijde uitpuilt van leven. Klaprozen, kamille, wikke en leeuwentand: Ze moeten hun slag slaan, want over een maand of twee staat de zon weer onophoudelijk aan de hemel en verschroeit ze alles wat zich in haar pad waagt.

De haven is veilig en beschut en vrienden hebben een beschut plekje voor me vrijgemaakt aan een veilige mooring. En toch voel ik een zeurend gevoel van onrust, omdat er aan me wordt geduwd en getrokken. Dat trekken is de zee: de eerste etappe van 120 mijl deed ik in één ruk, omdat ik in volle teugen ervan genoot dat ik eindelijk onderweg was met mijn eigen boot. Zeilend langs de westkust van de Peloponnesos ontbrak het me aan zin om ooit nog weer een haven in te gaan. En zéker niet de haven van Pylos.

Zicht op Pylos
Pylos '22

Mijn eerste bezoek aan Pylos begon net als nu veelbelovend met een hartelijke ontvangst en een goed plekje in de haven. Maar niet lang daarna kreeg mijn scheepskat een urineweginfectie, waarna hij spoorloos in de nacht verdween om nooit meer op te duiken. Kort daarop ging mijn relatie uit, waardoor ik plotseling werkloos, dakloos en alleen was.
Los daarvan was er iets aan de hand in die haven: ik lag met de boot naast een Engelse ex-militair die duidelijk kampte met agressieproblemen. Hij had het aan de stok met een andere zeiler in de haven, die op zijn beurt duidelijk kampte met alcoholproblemen. Dan was er een gezin met drie jonge kinderen waarvan de vader duidelijk kampte met persoonlijkheidsproblemen, en waarvan ik sterk vermoedde dat hij zijn vrouw sloeg. Verderop in de haven lag er nog een handjevol gestrande zielen op boten die de zee al lang niet meer gezien hadden, en dat waarschijnlijk ook niet zouden doen. Om elf uur ’s ochtends trokken ze -net wakker uit de roes van gisteren- een biertje open op kade, om te bespreken aan welke klus ze vandaag -nou vooruit, mórgen- zouden beginnen.

Pylos '23

Het gevoel dat Pylos een plek is van doodgelopen dromen wordt alleen maar erger als ik pakweg anderhalf jaar later mijn auto in Pylos parkeer. Een maand eerder is er in Pylos een zeiler plotseling overleden en door een speling van het lot is zijn familie bij mij uitgekomen om uit te zoeken wat er precies gebeurd is. Ik doe een rondje langs de haven, de port police en de apotheker, waarmee de overledene bevriend was. Het is een tragisch verhaal: na twintig jaar over de wereldzeeën te hebben gezworven is hij bij het aan boord stappen gestruikeld en te water geraakt. Hij moet ongelukkig terechtgekomen zijn, want hij kwam niet meer boven, en reanimatie mocht niet baten.

Aan mij de taak om de familie op de hoogte te brengen van het tragisch lot van hun broer en oom. Ze reageren aangeslagen, maar ook opgelucht dat ze tenminste weten wat er gebeurd is. Die avond slaap ik in mijn auto, maar echt slapen doe ik niet. Zodra het licht wordt start ik de motor en rijd ik terug naar huis: in Pylos gebeurt alleen maar narigheid, dus maken dat ik wegkom.

Treurnis
Heldenverhalen

Genoeg reden dus om níet naar Pylos te willen: op Pylos rust een vloek, daar kan niets goeds van komen. Maar omdat ik niet bijgelovig ben, ga ik tóch. Alleen dan kan ik afrekenen met de vloek van Pylos, de draak verslaan en daarna glorieus verder varen, als in een echt Grieks epos. Het plan is eenvoudig: aanleggen in de haven, een fijne tijd hebben met leuke mensen, en daarna met nieuwe en betere herinneringen Pylos weer verlaten.

Gelukkig heb ik hulp: Waldemar, die hier al een tijdje ligt, heeft voorwerk gedaan en een zeilersgroepje gecreëerd van Fransozen, Duitsers, een Engelsman en een Zweed. Tot mijn grote geluk sluiten ook Niko en Jan zich bij ons aan, Duitse vrienden uit Nidri die (bijna) net zo gelukkig zijn met hun 31-voeter als ik met Trixie. Met dit team moet het lukken om de draak te doden.

Gezelligheid als medicijn

We vieren mijn verjaardag met een etentje bij de plaatselijke Italiaan, de volgende dag is er een barbecue, die vanwege het weer naar binnen wordt verplaatst. We verzamelen ons op de boot van Baptiste, die een houten schip van onbekende herkomst heeft, met een warm en knus interieur. Omdat Baptiste beroepspianist is, heeft hij een piano aan boord ingetimmerd. Naast hem in de haven ligt Elsa, met haar Marieholm 33, die ze een jaar of vijf geleden voor één euro in Spanje kocht. De Zweedse eigenaren werden te oud om te varen, de boot lag verwaarloosd op de kant, en ze wilden af van de werfkosten. Elsa knapte de boot op en zeilde met haar naar Zweden, om de vorige eigenaren persoonlijk te bedanken. Daarna ging de reis via Biskaje, Gibraltar en Sicilië naar Pylos.

 

Terwijl zij vertelt wordt mijn grijns steeds groter, vooral omdat zij dit alles volkomen vanzelfsprekend lijkt te vinden. De andere Zweedse boot in de haven is van Jonas, die op dagen dat hij niet zeilt zijn geld online verdient als tandarts (vraag me niet hoe). En dan is er Adam, een allervriendelijkste Engelsman die hier al jaren met zijn Sadler in de haven ligt. De laatste keer dat ik hem zag was zijn boot een zootje, en maakte hij een wat instabiele indruk. Nu heeft hij sinds kort een hond en zien zijn boot en hij er stukken beter uit. Gelukkig maar: Adam behoort tot het soort mens waarvan ik automatisch hoop dat het leven hem niets dan goeds te brengen heeft.

Vis, bier en veel plezier

’s Ochtends komt er een grote stalen knikspant de haven binnengevaren. Drie mannen en twee jongens staan klaar met lijnen en manoeuvreren de boot met de kont naar de kade, waar ik sta om een handje te helpen. Helaas zijn waar ik sta geen mooringlijnen, dus gebaar ik dat ze langszij moeten komen. Het is niet eenvoudig om de boot te keren met zoveel ton staal, een harde zijwind, een langkieler en zonder boegschroef, maar het lukt. Als de boot ligt en de lijnen netjes zijn opgeschoten komt de eigenaar vragen of ik zin heb in een biertje? Ik kijk op de klok: elf uur, maar when in Pylos….

Niko en Jan krijgen twee grote kratten vis van een visser, omdat ze beloofd hebben om tijdens het weekend een beetje op de vissersschuit te letten die aangemeerd is in de haven. De tamtam doet snel zijn werk: binnen de kortste keren is de vis schoon en de barbecue paraat, en schuift de hele haven aan voor een copieuze vismaaltijd van brasem, poon, inktvis, schol en allerhande andere vis die ik niet zo snel kan identificeren. Ons gezelschap is al net zo bont: Fransen, Zwitsers, Polen, Engelsen, Duitsers, Zweden en Nederlanders samen aan de vis. Ik blijf het mooi vinden, die zeilersgemeenschap.

20250324_121459
Vis Varia
IMG-20250324-WA0003(1)
Schoonmaken op de kade
Weemoed

Toch voel ik me nog steeds zwaarmoedig, een onbestemd gevoel van naderend onheil, van loerend verlies, van onverwerkt verdriet. Tijdens een wandelingetje door de haven kan ik het niet laten nog eventjes te fluiten naar mijn scheepskat, in de ijdele hoop dat hij toch opeens nog uit de bosjes tevoorschijn komt. Even later vind ik de oude plek van mijn vorige boot, waar nog met grote letters ‘Vrijstaat’ op de kade staat. Wat verderop ligt de boot van de overleden zeiler: nog steeds is de familie bezig om de Griekse eigendomspapieren te regelen. De tijd dringt, want de haven van Pylos gaat vroeg of laat op de schop. Een projectontwikkelaar heeft grootse plannen om er een luxe jachthaven van te maken. Ik blijf rondlopen met een knoop in mijn maag. Heeft het te maken met het slechte weer? Er waait weer eens een zuidenwind, waardoor verder varen geen optie is. Grijze wolken blokkeren mijn zon, dat helpt ook niet.

Elsa's boot, andere naam...
De laatste drakenkop

Zodra ik in de weerberichten van morgen een gaatje zie van westenwind besluit ik te vertrekken. Waldemar, wiens werk het is om mensen op boten bij elkaar te brengen, organiseert een afscheidsetentje op zijn catamaran. Dat ontaardde in Nidri vaak in met drank overgoten dansfeesten, maar onze ploeg in Pylos is een tikje minder uitbundig. Totdat Adam opeens blijkt te kunnen salsadansen -onvermoede kwaliteiten van een ingetogen Engelsman- en ook Jonas lossere heupen blijkt te hebben dan we dachten. Op een eclectische mix van balkan, latin, big beat en hitjes uit de jaren ‘80 danst even later iedereen op de tafel tot het nacht wordt. En dan naar bed: morgen wil ik varen!

Maar daar komt niks van in: de volgende dag onweert het, met slagregen en snerpende windvlagen. Bovendien heb ik migraine. Of is het een kater? Hoe dan ook: niet uitvaren dus, en ik lig knarsetandend in mijn bed te wachten tot alles beter wordt. Is die draak nu nóg niet dood?

Tabee Pylos!

Uiteindelijk moet het zondag worden, anderhalve week na aankomst, dat er na een verfrissend ochtendbuitje een goede zuidwestenwind staat. Ik start de motor, los de lijnen en vaar uit, uitgezwaaid door allemaal lieverds. Als ik langs het kasteel vaar hoor ik iemand fluiten: Adam, die met zijn hond op de vestingmuur staat en me met beide armen uitzwaait. Een lange deining komt me tegemoet: het heeft de afgelopen week onophoudelijk uit het zuiden gewaaid. En eerlijk is eerlijk: ik heb nog steeds een zuidenwind op de neus, maar wel een van het juiste formaat. Ik maak het mezelf makkelijk en zet mijn zinnen op Methoni, een Venetiaanse vestingsplaats acht zeemijl zuidwaarts. Met wind en deining tegen, maar met gebolde zeilen en de boeg naar het zuiden, zie ik Pylos in mijn kielzog langzaam kleiner worden. Prachtig Pylos, waaraan ik vanaf nu alleen de goede herinneringen koester.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang nieuwe flessenpost in je mailbox

2 thoughts on “De vloek van Pylos”

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *